wist, dat ze bijna kon grijpen.... je hebt wel eens op een schijf geschoten, altijd trof je rondom de roos en nooit erin, maar eenmaal.... eenmaal.... de pijl raakte even en viel er weer uit.... Ze was zelf die schijf en een pijl raakte haar, midden in de roos, en viel er weer uit.... één seconde heeft ze iets geweten en nu weet ze het niet meer....
Wat hebben ze een pret gehad op het Joodsche school! Eerst wou het gas niet aan.... en mijnheer Prijs had de luiken al dicht.... en het leek in donker of het spookte, maar met zoovelen ben je natuurlijk niet bang.... omdat de storm zoo loeide en gierde achterom de sjoel en in de snijdingen.... en toen heeft mijnheer Prijs een pak kaarsen laten halen.... en ze hebben ze in de gaten van de inktkokers gestoken.... en o, je had die schaduwen op den muur moeten zien.... van het waschbakje, van de gas-armen.... van mijnheer Prijs zijn hoofd.... en toen mochten ze eerst met hun eigen handen schaduw-flguren maken.... en mijnheer Prijs maakte zelf met zijn handen een kauwend konijn en een happende visch.... en toen heeft hij grappen verteld en verhalen.... die wel meer dan honderd jaar geleden zijn gebeurd, maar toch echt gebeurd.... en eindelijk.... eindelijk heeft hij Elie uitgestuurd om drie ons vijgen en elk heeft er anderhalf op zijn deel gehad.... Onderweg naar huis.... o maar moeder, als we dat zeggen, mogen we nooit meer 's avonds uit wanneer het waait: er viel zoo maar pardoes voor onze voeten een stuk van een schoorsteen uit de lucht.... en een hoeden dat we vliegen zagen.... en dan was er een paard.... en bij de sluis.... en.... en.... en.... maar o, het is er altijd nog en ze voelt het voortdurend, dat kleine prikje, waar de
242