Wanneer je zoo eens over je droomen denkt.... ziedaar de Voet van den Ijsberg! Want waar is ze in haar leven geweest? Nooit echt ver, en altijd naar dezelfde plaatsen en hoe vaak heelemaal ? Dan natuurlijk, alle dagen, van huis naar school, en terug, en het Park, en om boodschappen.... Dat is het kleine, zichtbare deel van den Ijsberg. En nu hoeft ze niets te doen dan maar stil te zitten.... nu hoeft ze niet eens te denken aan de gruwelijke gebeurtenissen, aan de afzichtelijke gezichten, aan het wreede en benauwde en van wat allemaal in droomen gebeurt, nu hoeft ze alleen maar voor zich te halen de donkere straten, waardoor je gaat, de vreemde steden, die je ziet, de wijde wateren waarop je vaart.... zoo, zonder eenige moeite en duidelijk en scherp, als was ze er nu, en één voor één, als zat je een prentenboek te bekijken.... en deze is al zoo lang geleden, misschien een jaar of langer en daar kan ze toch zoo vaak ze wil in terugkeeren: hooge zwarte huizen, over diep, donker water hellend, een lange waterstraat, een hoek om en weer een waterstraat, weer hooge zwarte huizen hellend erover, grauwe, gesloten gordijnen, tot boven toe.... en gezichten.... gezichten overal tusschen die gordijnen.... maar daar niet aan denken.... een hoek om, weer een donkere waterstraat.... en nergens straten van steenen en de huizen hebben geen deuren... Of je droomt van Hoorn en Enkhuizen en dat ze vlak bij elkaar zijn, enkel een kleine zee ertusschen, daar kijk je met gemak overheen.... vertel dat eens een ander, en ze vinden het niemendal, laat een ander het jou vertellen, het beduidt niemendal.... maar in den droom.... er is een donkerte aan alle dingen en een vreemde stilheid.... het gewoonste, waarvan je droomt, van een trein,
226