ter 't lichtere buiten voor haar oogen opengaan.... Het was er stil.... het was er saai en mooi.... In den hoek zaten een heer en een dame achter uitgevouwen kranten.... en mevrouw zelf aan het raam.... en een heer op de canapé.... Mijnheer Israëls zelf ? Neen, die niet.... die was thuis.... maar hij was niet in de kamer, hij zat boven te ooren of te laajenen.... alleen.... Waarom kijkt juffrouw Content nu moeder zoo aan. Wacht eens.... zóó hebben ook vader en moeder elkaar aangekeken, toen ze dien Jomtof-dag thuis kwamen en het vertelden, hoe ze boven hun hoofd mijnheer Israëls hoorden ״ooren". „Er schijnt dan toch wel iets van aan te wezen...." Wat.... waar wat van aan.... met wie.... wat is er? Weten ze het dan ook hier in de kille al? Dat vraagt juffrouw Content.
Wat weten de menschen niet.... waar komen ze niet achter.... ze wonen hier misschien heelemaal een week of zes en was het niet omdat mijnheer Israëls ergens „voorzitter" van is, waarvan vader „secretaris" is.... dan waren de kinderen zelfs heelemaal niet.... Een week of zes....? Wel neen, moeder, ze wonen hier langer, het huis was toch al voor de zomerva-cantie klaar en dadelijk zijn ze erin gekomen.... Natuurlijk hebben ze laten lemen? Moeder knikt.... juffrouw Content haalt de schouders op.... Hebben ze óók vijftien jaar geleden niet gedaan, laten lemen in het nieuwe huis.... En moeder schudt het hoofd.... En zij kijkt van juffrouw Content naar moeder en
van moeder naar juffrouw Content..... Een oude
geschiedenis.... zegt juffrouw Content.... maar wat dan....? Zij weten het alle twee.... en hoeven dus niet duidelijk te spreken.... naar haar waait elk woord gesloten en bedoelingsvol voorbij.... Dat ze nu heb
151