ademde.... ze keert maar gauw haar hoofd af naar het raam.
״En wil jullie Vader bedanken?" Ja, zeker....! Ze gaat naar de muur-kast achter-in de kamer en zij met hun oogen gaan mee, eerst streek ze even door den spiegel heen, de sleutel knapte, de grijze deur sprong uit den grijzen wand, oranje gloeit de kamer in, hun oogen in —, de volle schaal komt op het witte kleed te staan, de bolle vruchten rollen, log van het sap, en trekken vurige strepen over het wit. Nog gaat de kast niet dicht —, ze neemt er koekjes uit en suikers vol likeur.... ze heeft van alles voor den Jomtof in-gekocht, maar dit jaar niets gebakken....
Wat ze doen komen ? Wat hun boodschap is ? Ze komen niets doen, ze hebben geen boodschap, het is toch Jomtof. Van het lage breede tuinpad tus-schen schaduwgroen kijken ze naar de hoogte waar het meisje staat, recht en dun, in wit en zwart, de glimmende schoentjes naast elkander op den bovensten blauwen rand; precies midden in het vierkant staat ze en rond en boven haar de deftigheid van het huis en achter haar het lange breede open van de gang, tot aan de groene schijnselen uit den tuin. Ze zijn beteuterd, willen eigenlijk maar weer weg, want dit is ze nog nooit overkomen. Dat ergens op Jomtof gevraagd wordt, wat je doen komt en wat je boodschap is.... Overal waar je komt.... de deur gaat open en je bent al in huis.... je bent al in de kamer en je wenscht nog veel jaren en je ruikt den jomtof, je voelt den jomtof.... en niemand die je vraagt wat je komt doen en wat je boodschap is, want de Christen-dienstmeisjes die bij Joden wonen, weten het immers net zoo goed....
136