zwaaien hun bundels liedjesbladen, die je voor drie centen koopen kunt.... Maar dit is heel ander zingen en dit zijn heel andere menschen.... en hun lied is pas recht anders.... niet lawaaiig en rad en wild.... niet lijzig en saai.... treurig en teeder en langzaam is hun lied.... en zij zijn oud.... ze zingen twee-stemmig... ze zingen in het Duitsch! De man kijkt onder het zingen naar de menschen, nu den een en dan den ander kijkt hij aan, maar je ziet het alleen als je goed op hem let, want zijn hoofd beweegt hij niet, alleen zijn oogen, die kijken groot en donker diep uit zijn hoofd, onder zijn voorhoofd vandaan, waaraan de dikke wenkbrauwen hangen..., dik is ook zijn baard, zwart bij de ooren, tot grauw onder den mond.... hij leek op het eerste gezicht kwaad en norsch, maar al gauw zie je beter.... hij is niet kwaad en niet norsch, alleen maar ruig en donker en oud.... gelukkig voor die lange, bleeke vrouw, want hij is natuurlijk haar man. Waarom kijkt ze aanhoudend naar boven in het blauw, terwijl ze zingt.... hoe houden haar oogen dat uit —, de hare zouden dadelijk gaan tranen. Plotseling komt het antwoord tot haar in een fluistering: de vrouw is blind! Ze keert zich om en kijkt omhoog.... zou die dame ze dan kennen? Ze praat heel zacht om het zingen niet te storen maar achteruit schuifelend kan ze alles verstaan. Het zijn geen gewone kermismenschen.... ze zouden eenmaal rijk zijn geweest.... niemand weet wat er met ze is gebeurd.... maar jaren al reizen ze de kermissen af, en de heele wereld trekken ze door.... Hoe teeder en droevig klinkt toch dat lied.... je vergeet dat je op de kermis staat, je vergeet dat het kermis is.... en de menschen rondom vergeten het allemaal, je ziet het aan hun gezichten.... telkens is het anders, hun stem-
115