instinct, de synthese van machtswellust en 'sense of property,' al het primitieve dat we maar heel onvolkomen en dan gewoonlijk slechts door redenering en zelfbelering te boven komen. Juist om dit laatste trof mij zo de houding van de kruidenier en zijn huisgenoten tegenover het vlugge, mooie, schitterende ding. Ja zeker, buren en kennissen hadden ze wel al aangeraden het te grijpen, te pakken, te kooien, zó vlak onder hun bereik, maar ze wilden het niet. Ze vonden dit vinkje in zijn vrijheid, dat toch trouw tot ze kwam, vrijwillig, en dankbaar hun gaven at, veel aardiger dan een vinkje in een kooi, ofschoon dat toch pas echt 'van je hoort'.
Vaak vergelijk ik mijzelf met Courtier, de man uit Galsworthy's 'Patrician', die elke overheersende meerderheid en allen die haar uitmaken haat en verfoeit, maar van niemand die hij ontmoet geloven kan dat hij tot zulk een meerderheid behoort... Zo geloof ik noch in 'geleidelijke zedelijke vooruitgang', noch in de 'uiteindelijke overwinning van het goede,' zo ben ik, in mijn levensbeschouwing, wat men pleegt te noemen hartgrondig 'pessimist' en toch vergat ik, als Courtier, als steeds, ook nu weer mijn pessimisme en mijn ongeloof bij de houding van die eenvoudige mensen tegenover dat vinkje...
Het gelukkige vergeten . . .
Van de Bourbons heeft men getuigd, bij de 'Restauratie' van 18T5, dat ze 'niets hadden vergeten en (dus) niets hadden geleerd'. Er zijn van die zonderlinge toevalligheden, waardoor bepaalde citaten, volstrekt niet diepzinniger dan andere, uitspraken tot bepaalde gelegenheden geenszins meer dan tot andere te pas, voor het nageslacht bewaard blijven, zo ook dit vonnis over de Bourbons. Men kan immers veilig van het ganse mensdom getuigen, dat het nooit iets vergeet en (dus) nooit iets leert of, gelijk Hegel het uitdrukte: 'Het voornaamste wat de historie ons leert is, dat de mensen niets
76.