zo weinig over te laten, dat de recensent zijn excuses aanbiedt als hij de auteur met Molière in één adem noemt...
'Maar ons uitgangetje... ons dineetje... ons avondje in de stad... ?' Zo pleitte de aspirant-gastheer vol loffelijke ijver. 'Ja, ons uitgangetje... ons avondje in de stad...' 'We zijn maar eenvoudige buitenlieden... Deden we eigenlijk niet het beste als we maar naar "Caecilia" gingen?' De melomaan triomfeerde...
Gesprekken
Natuurlijk informeerde onze uit Indië teruggekeerde vriendin naar de stand der respectieve huwelijkslevens in onze kennissenkring. Of Gijs nog niet van Gerritje was gescheiden, of Lijsje en Kees al haast genoeg van elkaar hadden, en of het heus altijd nog goed ging tussen Annebetje en Job. En tot haar hoeveelste man Elise nu gaandeweg was gevorderd, en Barend tot zijn hoeveelste vrouw, dat moest ze bepaald allemaal weten!
'Echtvr...'
Zeker, zeker, waarde heer, u neemt me de woorden uit de mond, geneert u zich niet, zeit u het maar gerust 'echt vrouwelijk'. Mij zult u er niet boos mee maken. O, het ouder worden heeft zijn voordelen, zijn grote! Voorheen, als ik baardeloze broekjes hoorde oreren over 'de vrouw', als ik overdacht hoe een vrouw letterlijk 'geen vinger in de as kon steken', of het gebaar, ja, welk gebaar ook, werd als 'echt vrouwelijk' uitgekreten, voorheen liep mij bij dat alles de gal wel eens over, maar sinds lang - al permitteerde ik mij reeds van die goedkope mannelijke wijsheid het mijne te denken, voor en aleer Shaw de wijze mannen voorhield: dat een behoorlijk historicus 'must be capable of throwing off sex partialities and their romance and regarding woman as the female of the human species,
193.