(en onkuise woorden־)verordening tot na kermis uit te stellen!
De geest van de trein
Gewichtige besluiten, ingrijpende maatregelen hebben minder indruk op mij gemaakt dan de pas ingevoerde bepaling, dat sommige overwegen voortaan onbewaakt zullen staan...
Van een Hollandse 'onbewaakte overweg' zagen we de afbeelding, hier en daar. Sluitbomen ontbreken, borden wijzen op het mogelijk gevaar, voor de rest wordt men verzocht uit te kijken.
Hier, waar ik mijn vakantie doorbreng, is het anders, kan het, om het geringe verkeer in deze dunbevolkte landbouwstreek anders zijn, hier kent men de onbewaakte maar gesloten overweg. De wandelaar zelf ontsluit het hekje terzijde van de grote slagboom, door eigen zwaarte valt het achter hem weer toe en hij staat, alleen met de blinkende rails, in die ruimte, in die atmosfeer...
Die atmosfeer...
O, het indrukwekkende, het huiver-vreemde van de onbewaakte, gesloten overweg, die men zelf ontsluit en naar willekeur passeert! Twee keer per dag ga ik er overheen en elke keer ben ik er onder de indruk van...
Want die trein... de locomotief... waarin ik nooit een uit onderdelen samengestelde, een door mensen opgebouwde machine heb leren zien, die voor mij altijd is gebleven het levende wezen, het briesende gedrocht uit mijn kinderjaren, waaraan ik onwillekeurig wel altijd zal hebben gedacht, als ik op het joodse school van de grimmige Moloch, het mensverslindend monster, leerde.
Wij gingen, op vrije middagen, en in de zomervakantie, 'treinen kijken'; dat bestond in postvatten bij de overweg, al maar wachten, en in het ogenblik van voorbijbliksemen de namen der locomotie
141.