Mij kost het niet de minste moeite mij door weke zondagachtermid-dagstemming te laten overstelpen als een zwemmer door de lauwe, blauwe golven. En het is hier nu op zondagmiddag zo stil, zo stil... als we naar de klomp auto's voor Hamdorff niet kijken en dat waarop ze wijzen vergeten... zo stil, zo stil... en in de gouden schemer, die elk bosje make tot een elfenwoud, tot een Midsummernightdream-decor, in de koele, blauwe nevel, onder de wazige, stille hemel maken de dorpelingen hun kuiertje tussen de twee kerktijden in... Al-weereen dag... alweer eenzondag dichter naar de winter toe. Tussen de bomen deinen de wijde, zwarte rokken, de rode halsdoeken bewegen als wandelende bloemen door het schemerig goud, roerloos hangen de treuressen over de kleine peinzende vijver neer... en er gaat zacht-zangerig gerucht van groeten en praten... meent u, omdat ik andere ogenblikken met wellust neerduik in de zuivere golven van de zuivere rede, omdat ik de componenten der 'zondagsstemming' op mijn duimpje ken, dat ik dit minder geniet dan in mijn 'onbewuste' jaren? Nu ja, een mens wordt oud, maar waarheid en werkelijkheid hebben nooit een atoom aan iemands gevoel geschaad.
Nu wordt het avond en de hemel neemt, uit de horizon op, elke tint aan van teder-rose en theeroos-oranje tot dat blauwige groen, waarin zo vreemd en zo veelzeggend de sterren tintelen, die... geen 'sterren' zijn. Het laatste schaarse geluid is nu verdampt en we horen door de koele ijlten de treinen naar Hilversum komen, we horen ze stil houden... we horen dan de tram... we buigen de gordijnen op zij en we zien haar met verlichte ramen aan de halte staan - want er is geen uitzichtbenemend koren meer! - en we weten: nu is onze bakvis uitgestapt en komt vlug naar huis. Ze is naar het Concertgebouw geweest, die warme plek van de grote stad waar in de winter het hart van de vrijwillige balling misschien het allermeest naar trekt, en in haar jonge verrukking brengt ze mij mijn eigen jeugd terug! O, die eerste concerten, die overstelping, haast te veel. Openbaring, schier te machtig ineens.
Tsjaikofsky's 'Pathétique'! Ja, ja, we wisten het al, we hadden het
ii8