Ik heb eens een man gekend, die voor buitengewoon hoffelijk doorging, maar nadat ik hem, over een jonge kinderjuffrouw heen en zonder haar aan iemand voor te stellen, voor andere dames de ridder had zien spelen, geloofde ik niet meer in zijn hoffelijkheid...
Het is allemachtig mooi om verstand van kunst te hebben, maar heb je het niet - en je bent er toch geen haar minder om - dan is het allemachtig aardig om je maar niet aan te stellen alsof...
Mijn zeventienjarige dochter, voor het eerst in een buitenlands 'Kur-Ort', schrijft mij brieven, zó overlopend van verrukking, van 'overstelpend geluk' gelijk zijzelf het uitdrukt om al het vreemde en nieuwe dat, al lijken met de rest de regelen der spelling ook wel bij haar door elkaar gelopen, het hart van een oude, literaire Ma er warm van wordt... zij is op de heenreis ook in Keulen geweest en heeft er natuurlijk de Dom gezien. Hoe veilig kan een bakvis uit artistiek-intellectueel milieu, zelf tamelijk vaardig met de pen, met een paar geleende woordjes dat kunstwerk loven, waarvan het nu wel vaststaat, dat het 'prachtig' en 'indrukwekkend' en 'verheven' is. Zijn al zulke woordekens, uit jeugdige (en oudere) mondjes en pennetjes gevloeid niet, met uwe permissie, voor zevenachtste larie?
Mijn bakvis heeft echter in Keulen ook ijs gegeten... en nu heeft geen zinnetje in haar reisrelazen mij zóveel plezier gedaan als dit: 'Jullie zult het wel heel erg van mij vinden, maar de gedachte, een Keulse plombière van twaalf-en-een-halve cent te eten, heeft meer indruk op mij gemaakt dan de hele Keulse Dom.'
Vis en limonade
En als dan het knaapje allenig overblijft, in afwachting van zijn kortere en latere zomerreis, en de vriendjes zijn vertrokken, wat rest dan de moeder dan zich hengelstok en snoer te laten aanleunen?
99.