HET HUIS IN DE WILDERNIS
toen ze nu in het prachtige pas-aangekochte boek met de vele mooie oude prenten, dat de hele historie van hun stadje bevatte, van de vroegste tijden af, de geschiedenis had gelezen van het Huis-in-de-Wildernis —, toen stonden haar overtuiging en haar voornemen vast: in het Huis-in-de-Wildernis moesten schatten, althans kostbaarheden verborgen zijn, en zij zou die opsporen.
Zo heel gek was die gedachte niet. Het Huis-in-de-Wildernis was nu wel oud en vervallen, bijna een ruïne, maar het had een veelbewogen leven achter de rug. Er hadden, zei men, zowel geheimzinnige samenzweringen als geweldige braspartijen plaats gevonden, het had vluchtelingen geherbergd en tot politieke gevangenis gediend. Vroeger had er een smal, begroeid voetpad heen geleid, maar dat was sinds lang verdwenen, ook van de oude „Wildernis” was niet veel meer over, het stond nu midden tussen water en weiland, en was eigenlijk alleen nog met een roeiboot te bereiken, door een der vele „tochten”, tamelijk brede vaarten, die de polderdorpen verbinden met het grote kanaal.
Op zichzelf was dat natuurlijk geen bezwaar. Nel kon roeien als de beste en Door kon haar aflossen als ze moe was.
Want Door moest natuurlijk van de partij zijn, en de tocht werd vastgesteld op de eerste Zaterdag in de zomervacantie.
Van dat ogenblik af had Nel geen rust meer. Ze verbeeldde zich, dat iedereen in het stadje het boek had gelezen en nu aan niets anders dacht dan aan het Huis, en aan de daar verborgen kostbaarheden, ze verbeeldde zich, dat iedereen plannen smeedde om er heen te gaan, ze drukte Door alle dagen op het hart toch vooral het diepste stilzwijgen te bewaren. Haar grootste angst was dat Door het in haar slaap zou verklappen. Door droomde namelijk hardop en deelde haar slaapkamer met haar kleine tweelingzusjes. Die zouden op die manier in het bezit komen van het kostbaar geheim en zich haasten het
65
De Klas 5