DE STORM
Ze keek vragend naar hem op.
,,Dat je ook mijn kind bent, een beetje....”
Ze dacht ineens aan de brief, ze vertelde hem, wat haar vader haar had geschreven, en voegde erbij:
„Het komt dus allemaal prachtig uit. Ik ga dan na mijn examen weer naar vader terug. Zo’n verblijf in een.... inrichting.... duurt toch altijd veel langer dan je vooraf kan denken....”
,,Ga je dan niet solliciteren?”
„O ja, natuurlijk, evengoed. Maar ik zal proberen bij vader in de buurt te blijven.”
Ze zwegen, allebei een beetje verlegen. De oude vertrouwelijkheid hadden ze nog niet terug, nu de mogelijkheid van een nieuwe in de kiem was gesmoord. Ze hadden er nooit over gesproken, maar natuurlijk allebei geweten wat de mensen vertelden, wat ze op school vertelden, toen Tine verleden jaar bij hen in huis was gekomen, juist een week na haar zeventiende verjaardag.... dat ze na haar examen, als ze achttien was, met hem trouwen zou. Zij had van hem niet, en hij van haar niet kunnen doorgronden, wat ze voor die mogelijkheid, wat ze precies voor elkander voelden, maar de drie kinderen hadden eigenlijk, in hun onschuld en in hun onwetendheid, de beslissing helpen nemen. Ze beschouwden Tine zó klaarblijkelijk als bij hen behorend, als „ook een beetje vaders kind”, dat Tine de gedachte, hun stiefmoeder te zullen worden, hoe langer hoe ongerijmder ging vinden. In het eerst had ze zich daarvan geen rekenschap gegeven; ze wilde alles overlaten aan de tijd en aan hem; het leeftijdsverschil scheen haar geen beletsel. Hij vijf-en-dertig, zij achttien.... het scheelde veel, maar het was méér gebeurd. Ze was volkomen bereid, hij behoefde maar te tonen dat hij haar nodig had. Hij was zo goed en zo zacht, zo knap en zo flink, hij was anders dan alle anderen. Maar inmiddels trokken haar de kinderen van hem af en naar zich toe. Straks nog, dat gesprekje over Door....
Toen had hij Nora Hoogendijk leren kennen in de apo-
237