ZUSTERVETE
„Staat daar je vader, Lea?”
„K”„Waar zijn Nel en Door?”
Lea knikte, naar twee verschillende richtingen. Ze stonden weer zo ver mogelijk van elkaar af! Ineens zag ze Nel naar zich kijken en droevig uit de verte groeten.
„Ze groet ons, Lien.”
Nel voelde zich suf en moe, haar ogen brandden. Ze probeerde vergeefs haar gedachten te houden bij wat daar nu gebeurde om haar heen; mijnheer Adelink werd begraven, ze stonden bij zijn graf. Ze kon het niet als werkelijkheid voelen, het scheen geen betekenis te hebben, lege woorden.... Ze kon ook niet luisteren naar die saaie stem, die droge opsomming van jaartallen en feiten, het leek wel een geschiedenisles. Mijnheer Adelink had niet van de directeur gehouden —•, moest die nu het eerste spreken aan zijn graf? Er was bijna geen familie.... Ze hadden nog onenigheid gehad op school, over de kwestie wie namens de leerlingen zou spreken. Het had natuurlijk een van hen, een uit de vierde moeten zijn, maar de directeur had niet gewild dat een meisje zou spreken op een graf! Dat mochten mannen alleen. En nu zou die suffe, linkse Marius Mast het doen. Kijk, daar stond hij, en dacht blijkbaar aan niets anders dan dat hij haar dadelijk naar voren zou moeten komen en zijn mond open doen.
Och, het deed er niet toe, het ging toch allemaal langs haar heen. Sinds dat ogenblik, Woensdagmiddag, toen ze Anna en Anke had zien komen door de zon, met die spookgezichten, had ze niets meer gevoeld....
Wat een mensen, wat een kinderen waren er gekomen. De leeraren natuurlijk allemaal, ook veel kennissen, en alle leerlingen, de hele school, op enkelen na. Anna Doe-zer niet. Haar vader weer erger....
Tegenover haar, aan de andere kant van het graf, stond Door, half verscholen achter Lea’s vader, maar duidelijk zichbaar toch. Zij zelf stond vrij. Door moest haar hebben gezien en had toch nog geen enkele keer naar
225
De Klas 15