DE KLAS VAN TWAALF
en op elk lagen wel acht of tien zachte, slappe kussens, van dezelfde stoffen en kleuren als haar gewaden. O, je hoorde de wonderlijkste dingen van die juffrouw Baarslag. Maar ze was beroemd, ze ontving heuse schrijvers en schrijfsters bij zich aan huis. En ook Nel mocht daar komen -—, verbeeld-je, een meisje van hun school werd in een huis met divans en Liberty-kussens toegelaten, en ze zat er zo maar tussen de beroemde dichters en grote schrijfsters, en ze dronk er thee uit dezelfde kopjes en ze mocht luisteren als Hillegonda Baarslag haar gedichten voorlas.
Eefje Wagner had er dolgraag meer van willen horen, en daar ze wist dat Lien Doezer haar erg aardig vond, had ze haar op een mooie dag eens aangeklampt, om er het fijne van te weten te komen. Ze was vast overtuigd, dat Nel in haar eigen klas over niets anders praatte. Zij althans zou over zó iets interessants geen vijf minuten haar mond hebben kunnen houden. Ze was dol op Nel -—, ze wist alles van haar. Ze wist precies op welk een avontuurlijke wijze Nel haar „verloofde” had leren kennen, en van de geschiedenis met de handwerken, en van haar kalm-brutale antwoorden aan de baas, en haar optreden tegen die akelige Jansen. Ze verbaasde zich eigenlijk helemaal niet, dat ook dit haar nu weer overkwam, en ze brandde van verlangen naar bijzonderheden. Wat stond er nog meer in de kamer van juffrouw Baarslag, behalve die wonderlijke divans? En wie kwamen er precies aan huis? En dronken zulke mensen nu maar doodgewoon thee met koekjes erbij, en praatten ze ook wel-eens over het weer, of hadden ze altijd diepzinnige gesprekken? Lien zou dat toch wel allemaal weten? Maar Lien wist niets —-, Nel praatte nergens over.... En wist Lien dan ook niets verder over de ruzie tussen Nel en Door? Neen, ook hierover kon Lien het nieuwsgierige Eefje niet verder inlichten. Het stond helemaal nog niet vast, dat juffrouw Baarslag er iets mee te maken had. Er werd immers verteld....
202