LEA’S VERJAARDAG
straks op het punt.... maar ik wou het niet zeggen, waar ze allemaal bij waren.... Het is zo gek. als je uit jezelf helemaal niet haatdragend bent....”
„Het is ook wel degelijk hun schuld voor een deel. Dat ze altijd overal wat achter zoeken, bij Joden, dat ze van Joden nooit iets, als van een ander, gewoon kunnen vinden. Dan ben je ook op het laatst niet meer gewoon....” „Zag je hoe vader genoot, toen ze vroegen, toen ze luisterden? Veel meer dan in het pakhuis. Dan is vader pas in zijn element.”
„Ja.... en je vindt misschien gek dat ik het zeg.... toch heb ik vaak gedacht, dat je vader je niet altijd zo had moeten waarschuwen tegen de anderen....”
„Vader doet het al veel minder de laatste jaren. Toen Daaf en Ettie pas naar school gingen.... die kregen lang niet zoveel vermaningen als ik. Het schijnt dat mijnheer Adelink er wel eens met vader over gesproken heeft. Daaf en Ettie hebben het nu, geloof ik, veel prettiger op school.”
„Zou dat ook niet zijn...?”
„Ja, ook natuurlijk, omdat het ons nu zoveel beter gaat.” En ze zuchtte even.
„Hè, ik tob toch telkens nog over Gien.”
„Vertel het haar. Leg haar de zaak helemaal uit.”
„Zou het haar zoveel schelen kunnen?”
„Daar gaat het niet om! Het kan jou schelen.”
„Ik weet iets.... ik schrijf het haar! Dan kan ik alles veel beter uitdrukken.”
„Prachtig! Nog mooier!”
„Blom zou zeggen: „Jij hebt je lesje weer gehad voor vandaag,” lachte Lea. Maar ze was toch opgelucht en het vooruitzicht op de avond leek plotseling dubbel heerlijk....
151