DE KLAS VAN TWAALF
een gevoel van zekerheid, veiligheid, duurzaamheid, als in haar eigen huis.
Zó ging het al jaren.... steeds dezelfde tobberij met onafgebroken dreigende schulden, al verdere verarming, al dieper verval.... En daarbij dan nog als een „zwaard van Damokles” boven hun hoofden de mogelijkheid, dat Brons voorgoed uit de dienst zou worden verwijderd, en niet om zijn dronkenschap alleen. Juist als hij nuchter was, verdroeg hij niet de geringste aanmerking, barstte uit in woede om de kleinste kleinigheid. Was het niet geweest terwille van zijn gezin, hij zou zeker allang aan de dijk zijn gezet. Maar iedereen had zo’n medelijden met tante Go en de drie kinderen.
Vaak vergeleek Lea in gedachten Tine’s moeder met Let’s moeder.... De eerste altijd vol klachten, altijd zuchtend en verongelijkt, de halve dag doorbrengend op de canapé.... dat wist langzamerhand natuurlijk de hele klas.... terwijl haar man toch deed wat hij kon. les gaf soms zes, zeven uren achtereen, en Tine haar bijna al het huishoudwerk uit handen nam, nog aparte, lekkere kostjes voor haar kookte, om haar „zwakke maag”..... en
tante Go nooit anders dan rustig en geduldig, dragend zonder klagen, worstelend zonder morren, tegen de al hopelozer achteruitgang van haar gezin. Tine’s moeder had ook altijd een groot woord over haar gebroken „kunstenaarsloopbaan" ■—•, maar van haar talenten was nooit iets gebleken —, terwijl tante Go werkelijk een pracht-stem had gehad voor haar trouwen, en uitstekende lessen van de beste meesters. Want ze was enig kind geweest en ze had een heerlijke, gelukkige jeugd genoten. Maar toen haar ouders stierven.... een paar jaar geleden, kort na elkaar.... o, dat was misschien het vreselijkste van alles.... toen had ze „goddank” gezegd.... omdat haar ouders nu niet langer haar ellendig leven hoeften aan te zien! Let had dat snikkend aan Lea verteld.
Vaak lag Lea ’s nachts in bed, in haar eigen warme huis, over het hulpeloze gezin te tobben.
130