HOOFDSTUK VI
ALLERLEI WEDERWAARDIGHEDENEN nu waren ze weer over. Alle twaalf, boven verwachting! Maar daar was ook wel een geweldige bof toe nodig geweest. Juist een paar dagen voor het examen had de „baas” een ernstige bronchitis gekregen, die hem weken lang thuis in bed hield en zo kwam het dat mijnheer Adelink, als oudste leraar, de leiding van het examen op zich moest nemen. Mijnheer Adelink nu hechtte lang niet zoveel aan „parate kennis” als de directeur, hij gaf veel meer om gezond verstand en om goede wil, en het meest van al om geduld, voor jonge mensen, die later met kinderen moesten omgaan en kinderen kunnen begrijpen, en daar de „zwakke zuster”, Marie Mol, aan „gezond verstand” en aan „goede wil” en „geduld” wel zowat vergoedde wat ze te kort kwam aan „parate kennis”, was voor haar die ziekte niet veel minder dan een redmiddel geweest.
En zo zaten ze dan nu in de derde; de helft van de weg was afgelegd. Wat leek het lang geleden! Dikwijls dachten ze aan die examendag, twee jaar terug, Lien Doezer vooral, die altijd graag over het verleden mijmerde. Toen veertien —-, nu zestien, toen schoolkinderen met rijgschoenen, korte jurken uit één stuk, en hangend haar, nu
103