Deze egocentrische gemoedstoestand, die als het ware het eigen ik tot centrum maakt van het heelal, produceert een anthropocentrische en geocentrische wereldbeschouwing, die den mensch als soort superieur stelt boven de dieren, een redelijk centrum te midden van ,,natuurkrachten" en ,,dierlijke instincten", die dan ,,redeloos" zijn — en de aarde, zijn woonplaats, tot het middelpunt des heelals, waaromheen alles draait.
Het is geen toeval, dat deze drie dingen, de egocentrische gemoedstoestand, de anthropocentrische levensopvatting en de geocentrische wereldbeschouwing tegelijkertijd optreden en verdwijnen — het grenzenvervagend (dus: onmaatschappelijk) pantheïsme verdrijft ze alle drie te zamen, het pantheïsme van Goethe vergeleken we eerder met het natuurgevoel van Rousseau, voegen we er aan toe: het vegetarisme van Shelley en Byron — de liefde tot en den eerbied voor het leven der dieren, dat de maatschappijen en de overeenkomstige kerken niet kennen (denk aan het van dierenbloed druipende Oude Testamentl) — is evenzeer het product van hetzelfde seizoen, symptoom van eenzelfde Noodzakelijkheid: het (tijdelijk) teruggaan van het maatschappelijk sentiment en het opbloeien van individualisme. Waar het maatschappelijk, egocentrisch sentiment overheerscht, is geen pantheïsme, geen natuurgevoel, geen vegetarisme — en ofschoon de geocentrische wereldbeschouwing niet meer ,,officieel" bestaat, ook hier verschilt het weten van het beseffen en in meer dan één egocentrisch gemoed heerscht in wezen nog de oude opvatting, die de aarde plaatst in het middelpunt des Heelals, en den mensch als middelpunt der aarde en ,,beheerscher der dieren" gelijk dat in de kerken geleerd wordt. Het onderscheid tusschen mensch en dier, met de daarmee tezamenhangende volkomen ongerechtvaardigde geringschatting voor de dieren - blijkend uit een woord als ,,dierlijk" — is ook weer typisch-maatschap-pelijk, een distinctie in de uniformiteit en in overeenstemming daarmee het meest ontwikkeld in die lieden welke nauwelijks in eenig opzicht boven en in menig opzicht beneden de dieren staan. Zij schrijven de boekjes, waarin de kippen eitjes leggen voor Marietje en de bijtjes honing zoeken voor Jantje, de maan bedroefd kijkt omdat Kareltje brutaal was en veertien engeltjes Doortje naar bed brengen. Door Gods goedheid stond er een
76