schap tusschen Tellheim en Werncr, het is de oude vriendschap tusschen Hamlet en Horatio, het symbool van de gelijkheid, de eerlijke band tusschen vrij-geboren, gelijk geboren geesten, zonder aanbidding en vleierij. Carlos laat zich door Posa de hand niet kussen, Hamlet door Horatio niet, beiden willen mensch wezen, geen ,,meerdere in rang."
De achttiende eeuw heeft — Goethe vermeldt het nadrukkelijk in ,,Dichtung und Wahrheit" — een cultus voor de vriendschap gekend — en dit is, alweer, een symptoom van verminderend maatschappelijk instinct, 't welk alleen de familie, de ,,clan", „eigen volk" tegenover „vreemd volk" kent, en waar, wat men vriendschap noemt, overeenkomst van rang en fortuin beteekent, zooals dat onder de geringe geesten van alle „standen" nog immer het geval is. Het vermogen tot vriendschap is een individualistisch vermogen, dat de achttiende-eeuwer in zichzelf heeft ontdekt, gevierd en uitgevierd, en waarin voor Schiller de schoone mogelijkheid lag van een blijde en vrije wereld, zonder meesters, zonder slaven, waar de liefde zal worden geëerd, en „man noch vrouw de valsche schaamte kennen zullen 1"
Wel is er veel veranderd.
Welke zeventiende-eeuwer zou er aan gedacht hebben, zijn Koning te beklagen, omdat hij ,,slechts" slaven en dienaren, geen ware vrienden heeft? Voor het maatschappelijk gemoed is macht immers het hoogste en de machthebber niet alleen goddelijk groot, maar ook goddelijk gelukkig — doch de achttiende-eeuwsche wassende menschelijkheid ziet, het menschelijk geluk van maatschappelijke glorie scheidend, in een eenzaam-pralend koningschap, zonder de warmte van een vriendenhart niet veel meer dan een trieste vertooning.
Vrijheid is de zucht, die overal opstijgt — Gelijkheid en Broederschap, en de ware held is de opstandige held, die den weg naar deze idealen banen zal, Brutus de tyrannendooder, Prometheus, de hemelbestormer.
Wanneer wij nu, en de aard van ons onderwerp laat het niet anders toe, telkens voor een wijl als „van den mensch uit" moeten spreken, dan mogen we daarbij toch nooit vergeten, hoe al de opgenoemde verschijnselen, waaruit zich ten slotte de Fransche politieke Revolutie, de Duitsche geeste
408