een boeman-voor-groote menschen, om de gemeente klein te houden in de tucht en in de ״Vreeze des Heeren", waarmee natuurlijk vooral 's Heeren plaatsvervangers zijn bedoeld] Het redelijke tegenover het nuttige.
Bekker en Bayle hebben, we stipten het indertijd terloops reeds aan, onafhankelijk van elkaar hun geschrift tegen het kometen-bijgeloof uitgegeven en Bayle, in wien alle kiemen van achttiende-eeuwsche onrechtzinnigheid voorhanden zijn, achtte tegelijk Bekkers ,,Betooverde Wereld" een radicaler opruiming van spoken en duivels, dan naar zijn meening rechtzinnig en richtig wasl
W^elk een moderne elementen daartegenover in Bayle's eigen anti-kometengeschriftI ,,Temoléon, overtuigd dat zijn geboortedag zijn geluksdag was, begon altijd op dien dag en in volle vertrouwen zijn veldslagen, hij wist zijnen soldaten dat vertrouwen mede te deelen, en daarom, niet omdat er ,,geluksdagen" bestaan, overwon Temoléon op zijn geboortedag." Denken we ons dat beginsel doorgevoerd — en de eeuw zou het onverbiddelijk doorvoeren - dan komen we rechtstreeks bij het pure filosofische individualisme: de mensch maakt zijn eigen wereld, wat hij buiten zich waant, is in hem, in zijn eigen creatie! ,,Het feit, dat velen iets lange jaren geloofden, en dat men het ook zelf gelooft, bewijst volstrekt nog niet, dat het waar is."
Dit is in zijn eenvoud niet alleen de genadeslag aan het autoriteitsgeloof, het is ook — en de uitspraak is zelfs vooral daarom zoo bij uitstek belangwekkend — de genadeslag aan de algemeene bewijskracht der „ingeschapen ideeën." In Pierre Bayle leeft de echte zelf betwijfeling, die zich niet meer vergenoegt met het „Sir, we know our will is free...", die zelfs in Descartes nog ontbrak, en toch is Bayle geenszins „grooter" dan Descartes! Doch deze werd nog wel, gene wordt niet langer door een onverbiddelijk moeten tot een egocentrisch critiek-loos opgaan in zichzelf gedreven, hij is van zichzelf verlost, door het heil der zelfonderscheiding. En ook anderen begeert hij van henzelf los te scheuren, door hun critisch vermogen te wekken, hun egocentrisch zelfvertrouwen te schokken, door hun wantrouwen in te boezemen jegens eigen op autoriteitsgeloof gedresseerde en daarin vastgegroeide wezen,
Prometheus 22 331