Prometheus

Titel
Prometheus

Jaar
1919

Druk
1946

Overig
2ed 1946

Pagina's
624



zelf dat licht niet aan. We gelooven niet wat we zien, maar we zien wat we gelooven. Ook voor deze erkenning — waartoe we wel altijd bereid zijn, maar die we toch ook altijd weer verloochenen — is de persoonlijkheid van Descartes in zoo hooge mate leerzaam. W^ant wat voor hem geldt, geldt ook voor onzen eigen tijd en ook voor ons eigen denken — ook wij denken binnen gestelde perken, ook al vinden we in ons bewustzijn schijnbaar minder ,,ingeschapen ideeën", ook ons denken reikt niet verder dan onze functie tot het Absolute gaat. M.aar het onderscheid is steeds weer dit, dat wij het weten en dat Descartes (en zijn tijdgenooten) het niet wisten en aan hun „ingeschapen ideeën" algemeene bewijskracht toekenden, omdat ze nog niet (ver)mochten zichzelf als moment op te vatten. Dit immers is zelfbetwijfeling, zelfonderscheiding — opheffing, ontbinding.

Over Hobbes sprekend zeiden we: hij had, zoo goed als Bossuet, van de Schrift kunnen uitgaan — op dezelfde wijze is de scherpzinnige Cartesiaansche theorie over de „ingeschapen ideeën terug te brengen tot de simpele uitspraak van den weleerwaarden Samuel Johnson: „Sir, we know our will is free, and there's an end on it." Want deze uitspraak, hoe ook geleerd en pompeus-wetenschappelijk ingekleed, is ten slotte de uitspraak van alle egocentrischen in alle tijden, die allen aan hun ervaringen, ontdekkingen, vindingen en vondsten een dogmatieke „objectieve" bewijskracht zoeken toe te kennen — zooals we dat in de latere hoofdstukken van dit werk, die over een lateren en onzen eigen tijd handelen, hopen uiteen te zetten. ^Vant de wetenschappelijke natuur-vorscher die het „relatieve" van ethische en filosofische „waarheden" wel toegeeft, maar tegelijk voor de waarheden op zijn eigen gebied algemeene, volstrekte erkenning eischt, als vielen hij en zij buiten het wezen en de functies van het Absolute, is ten slotte ook niet verder dan de weleerwaarde Samuel Johnson. En hij ook, omdat tot daartoe zich zijn functie bepaalt.

De „twijfel" van Descartes is dan de twijfel van den geest, die niet blijvend kan, mag, durft twijfelen, die zich in den twijfel niet verheugt - het is de zeventiende-eeuwsche twijfel, de twijfel van hen, wien de stelligheidsdrang is ingeboren,

320

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.