beaucoup de mystères." Duidelijk is bier de overeenkomst met Grieksch en Renaissancistisch, de voorbereiding van acht-tiende-eeuwsch erotisch realisme (Rousseaul) te herkennen. Hoe volkomen achttiende-eeuwsch, critisch en rationalistisch klinkt dan verder deze uitspraak over de doodsverachting, die typische Middel-eeuwsche en zeventiende-eeuwsche critiek-loos opgehemelde, inhoudlooze deugd ,,peu de gens connaissent la mort: on ne la souffre pas ordinairement par résolution, mais par stupidité et par coütume et la plupart des hommes meurent paree qu'on ne peut s'empêcher de mourir." Hoezeer heeft Rochefoucauld ook reeds het verschil tusschen de zoogenaamde nederigheid, de ,,bescheidenheid" en de ware nederigheid begrepen: ,,tout le monde se plait de sa mémoire, et personne ne se plait de son jugement" — hoe zuiver voelt hij overal het wezen onder den schijn ,,nous nous persuadons souvent d'aimer les gens plus puissants que nous et néanmoins c'est 1'intérêt seul qui produit notre amitié."
We zouden met citeeren kunnen doorgaan en... hadden het ook geheel achterwege kunnen laten: het individualisme van Rouchefoucauld is... individualisme en we weten dus alreeds op welke wijze dit de wereld beziet en wat het tegen de eveneens overal en altijd in wezen eendere maatschappelijke moraal te berde brengt.
Dat zijn werkje opgang en schandaal maakte en moest maken, is bekend. Alleen de Jansenisten aanvaardden en exploiteerden het op hun manier als practische bevestiging van den droeven staat, waartoe de mensch vervalt, die van de goddelijke (Jansenistische) genade verstoken is — iets waaraan Rochefoucauld natuurlijk niet heeft gedacht. Vooral de vrouwen — over 't algemeen geestelijk nog zwakker dan de mannen en dus een constanter behoefte gevoelend aan illusies en zelf-verteederingen, die dan ,,idealen" heeten — waren diep gegriefd — het merkwaardige is ook hier weer, dat de beste onder Rochefoucauld's mondaine vriendinnen (die velen waren), Madame De Schomberg, juist niet verontwaardigd was en met droefenis beleed, dat er eigenlijk weinig tegen zijn stellingen in te brengen viel.
Wie de Maximes Morales ter hand neemt — ze loonen nog steeds die moeite — moet vooral niet de bij de latere uit-
291