dat hij was de nobelste van allen, de volkomen vlekkelooze, en dat ,,his life was gentle, and the elements so mixed in him, that Nature might stand up, andsay to all the world. This was a man!"... Zoo ligt hij daar als een getuigenis van mogelijke menschelijke hoogheid en eeuwige menschelijke ontoereikendheid. Want hem noch ons is ooit een andere keus gelaten dan die tusschen sterven en bederven. Niemand kan twee Heeren dienen, en des eenen Koninkrijk is „niet van deze wereld". Aldus heeft de Renaissance, in haar allerbeste vertegenwoordigers, in Michel Angelo en in Shakespeare den opstandeling, het eigenwillig individualistisch idealisme opgevat en geëerd, aan de persoon van hem, die door Dante werd genoemd de ,, Aartsverrader''.
Laten we thans zien, hoe de Eeuw van Lodewijk XIV over hem en zijn verwanten heeft gedacht.
Wanneer we dan tot „Cinna" overgaan, kunnen we wel dadelijk zeggen, dat er iets veranderd is sinds de Middeleeuwen — dit ware ook niet anders mogelijk. Ten slotte hebben de zeventiende-eeuwers, naar we reeds eerder zeiden, hoezeer maatschappelijk hun gezindheid is, niettemin de Renaissance-gedachte in hun organisme opgenomen en verwerkt, als het ware verteerd, en ze kunnen nu niet langer Brutus zonder meer den ,,aartsverrader" noemen. Trouwens, Dante werd, zooals we weten, tot dit krasse oordeel gebracht door een groote persoonlijke vereering voor Rome en de Romein-sche keizers — die Corneille uiteraard niet in die mate gevoelen kon. Want het wezen der dingen ontgaat hem door zijn egocentrischen aard. Voor hem ligt in Frankrijk en de Fransche koningen het zwaartepunt des Heelals en stellig zou hij over een Brutus in eigen tijd en kring — hadde zijn tijd dien opgeleverd, wat alweer ondenkbaar is — een even kras oordeel geveld hebben. Rome echter stond hem niet zoo na als het Dante stond.
Wanneer we dus het persoonlijk verschil en het tijds-ver-schil elimineeren, zien we duidelijk de wezens-overeenkomst tusschen Dante en Corneille, tusschen Middeleeuwer en Zeventiende-eeuwer, en het wezensverschil tusschen Corneille en Shakespeare, tusschen Zeventiende-eeuwer en Renaissancist. Shakespeare maakt de persoon des keizers op
259