beweging van onwil tegen zulk een impertinenten leugen onderdrukken. Rodrigue deed, het spreekt vanzelf, niets van dien aard, hij deed niets dan wat, volgens Chimène's eigen opvattingen, zijn hoogste, heiligste plicht is geweest, zoodat ze hem dan ook zou hebben verfoeid, als hij het niet had gedaan 1 Doch ook hier: in Chimèneï's grove leugen spiegelt zich de grove egocentrische leugen, de onware frase waaraan elke collectiviteit zich staande houdt, de oude Duitsche leugen over hef ,,van alle kanten besprongen vaderland", de socialistische leugen over de ,,bourgeoisie die zich de lippen lekt van het bloed der arbeiders" (in 1917 gedrukt), de Roomsche leugen over de Reformatie — de innerlijke onwaarheid als fundamenteele levensvoorwaarde van elke collectiviteit. Chi-mène is dus niet, men bedenke het vooral, een jonkvrouw die op twee gedachten hinkt, die wankelt tusschen de liefde voor haar vader en de liefde voor haar minnaar — een heldin wankelt niet, een heldin weet altijd wat ze wil. Corneille zelf geeft in zijn toelichting op ,,Le Cid" nadrukkelijk te kennen, dat er geen spoor van aarzeling in de heldin te bespeuren is. Dat vindt hij juist het mooie! En hoewel ,,booze tongen" haar zullen kunnen verwijten, dat ze Rodrigue na het gebeurde nog een onderhoud toestond, zoo was in elk geval haar toon zoo hoog en koud, dat de strengste zederechter aanwezig had mogen zijn! "Wie zich de moeite zou willen geven, het stuk nog eens te lezen, zal opmerken welk een enorme rol voortdurend de angst voor laster, de menschenvrees — typisch maatschappelijk sentiment, legitiem dus in het oog van schrijvers en toeschouwers, die precies zoo zijn en dat dan ook heel natuurlijk vinden — in het gedrag dier helden en heldinnen speelt. Het stuk draait er letterlijk om.
Chimène wankelt dus niet. Ze heeft Rodrigue lief. En ze haat hem. Kan dat niet? Individualistische eigenwijsheidl Het staat voorgeschreven, het moet, dus kan het. "Waarom zou Chimène Rodrigue niet tegelijkertijd kunnen liefhebben en haten? Jaar in jaar uit verzekert men ons, dat onze kinderen worden opgevoed tot Christelijke en maatschappelijke deugden. Chimène kan dus Rodrigue niet meer huwen van het oogenblik af dat haar vader zijn vader een oorveeg gaf. En zelfs daarvoor : de oorveeg moest op de beleediging volgen. Want had
242