Prometheus

Titel
Prometheus

Jaar
1919

Druk
1946

Overig
2ed 1946

Pagina's
624



had de meening uitgesproken dat er nog veel meer van dat brutale tuig gehangen moesten worden, uitsluitend uitgaande van den eisch van ,,orde" en ,,veiligheid" — juist zoo sprekend als de Tory's na de Fransche Revolutie en als menig conservatief in onze dagen het nog zou doen. Raphael zijnerzijds was daarop aan het onderzoeken gegaan naar de oorzaken van zooveel dieven en diefstal en daarbij tot de eenvoudige en redelijke conclusie — die van alle ,,realisten" in alle tijden en alle landen — gekomen, dat de maatschappij zelf de misdadigers kweekt, om ze daarna op te hangen. Met werkelijk volkomen modernen gloed en verontwaardiging hekelt hij de weeldezucht der rijken, de ellende der ter wille van jachtgenot en winstbejag van edelen en prelaten (uitdrukkelijk genoemd 1) van huis en hof verdreven armen — de berooidheid van gewonde of door hun beroep gedegeneerde soldaten, die geen andere keus hebben dan hongerdood of diefstal — van in weelde en lediggang opgevoede, dan somwijlen plotseling afgedankte, voor geen beroep meer deugende knechten en jagers der edellieden — al diegenen, die tot diefstal komen en gehangen worden. En de conclusie luidt: waar elkeen genoeg te eten heeft, daar is ook geen misdaad meer. Deze stelling wordt dan de basis van Utopia — en de schrijver ziet niet in dat ze ontoereikend en oppervlakkig is. Het is waarlijk niet broodsgebrek alleen dat misdaad kweekt, maar distinctiezucht, met al wat daaruit voortvloeit. En de staat, waar elkeen genoeg te eten heeft, is daardoor nog geen stap verder op den weg der wezenlijke volmaking.

Het primitieve en onrijpe van die premisse is de reden dat waar Plato's .Staat ons nog immer treft en boeit door verheven ernst, Morus' ,,Utopia" de volwassen van heden aandoet als een kindervertelsel. "Want Morus weidt wel in den breede uit over het maatschappelijk leven der Utopiërs, hun afkeer van opschik en pronk (maar curieus genoeg, niet van tafelgenot) hun minachting voor goud en zilver, die ze met een kinderlijken ophef die aan hedendaagsch propaganda-socialisme doet denken, voor nachtmeubels en slavenketens gebruiken, hun geringschatting voor diamanten, welke zelfs geen vrouwensmuk, maar kinderspeelgoed zijn — en blijkt hieruit niet weer duidelijk de onartistieke aard van den lateren martelaar Morus, van den martelaar in het algemeen ? 1 — van hun werkverdeeling

192

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.