Dat we in de Renaissance Platonische redelijkheid en Platonisch idealisme niet in één mensch vereenigd vinden, maar verdeeld en verstrooid, bewijst hiertegen niets. (Het bewijst wel iets anders, waarover later). Het ió er, alevel. Platonische redelijkheid (inzicht omtrent de onvereenigbaarheid van Macht en Recht) vinden we in Macchiavelli, Platonisch idealisme
(de droom van een Blijde Wereld) in Thomas Morus' ,,Uto-
• * t pia .
Duidelijk zien we hier nu weer de innerlijke overeenkomst van elk Individualistisch mouvement, en hoe tegelijkertijd elke volgende periode als het ware alle voorgaande in zich opgenomen heeft. In het Renaissance-individualisme laten zich aldus alle elementen van het antieke en van het Christelijke terugvinden.
Waanneer we nu, zoo beknopt mogelijk, Plato's Staat met Morus' Utopia vergelijken, en dan de inferioriteit van Morus' werk aantoonen, dan is dat niet om critiek te oefenen op werken die lang ,,uit den tijd" zijn, dit ware ongerijmd en overbodig, maar om aan te toonen, tot welk een betrekkelijk gering peil van zedelijk onderscheidingsvermogen het Renaissance-individualisme het nog maar heeft kunnen brengen, waaruit dan weer gereedelijk kan worden begrepen dat er na de Renaissance nog zulk een machtig tijdperk van autoriteiten-vereering en individueele onderworpenheid kon komen. Het was wel een geweldig instinctief élan, maar nog bij lange niet de definitieve zedelijke vrijmaking van het Ik. Deze berust op zedelijke zelfkennis, deze is zelfkennis. Zelfonderscheiding is de waarheid, waarvan gezegd is, dat ze ons ,,vrij maken" zal. En dan nog iets blijkt weer opnieuw uit het betrekkelijk lage zedelijke en filosofische gehalte van Morus' werk, waaraan toch nog in onze dagen heilstaatstichters het hart ophaalden, en dat grif gelezen en bewonderd werd door hun volgers: hoe de tegenkant van de hooggeprezen West-Europeesche activiteit, vernuft, koelheid, ,,ondernemingsgeest" en kracht om te veroveren zich ook hier weer duidelijk toont als geestelijke en zedelijke armoede, zijnde tot het eerste complex het eendrachtig samenwerken en tot het andere het eenzame bezinnen vereischt.
Dat den lateren Kanselier van Engeland, den strijder voor een alleen-heerschende Katholieke Kerk het ideaal van Plato
190