Prometheus

Titel
Prometheus

Jaar
1919

Druk
1946

Overig
2ed 1946

Pagina's
624



Eeuwig tegen zichzelf gekeerde Leven meestal heel niet, op zijn best bij momenten dragen.

Ayschylos vlood het door den droom van een verzoening tusschen Jupiter en Prometheus, tusschen wat nimmer verzoend kan wezen: Macht en Recht — Plato deed hetzelfde en vlood het wreede licht dier allerzwaarste Openbaring in den schemer van den droom eener ideale samenleving. En zoo zal alle individualisme, voorzoover het zich als ,,zedelijk willen" voordoet, na en naast de redelijke maatschappijonderscheiding (critiek, ontbinding) tot een plan van maatschappij-heropbouw komen. Dit zal dan altijd een heropbouw op communistischen grondslag, (dus toch weer een ondenkbaarheid) wezen. De individualist immers loochent, omdat hij er zelf niet in opgaat, de fundamenteele noodzakelijkheid der ,,maatschappelijke" onderscheidingen. Zijn eigen dis-tinctie-drang richt zich, voorzoover aanwezig, op moreele en intellectueele onderscheidingen, die zelf-werkzaamheid veronderstellen, derhalve in de uniformiteit noch worden geduld, noch worden nagestreefd, doch waarmee hij in zijn toekomstproject voortdurend rekening houdt.

Dit leert de rede alreeds uit den dubbelen aard van het individualisme, als tweeledige zelfherkenning van de Eenheid opgevat, en de historie bevestigt het: in alle perioden van anti-maatschappelijk, revolutionnair-individualistisch willen is de droom van een Blijde Wereld gedroomd, als een (slechts schijnbare) tegenstelling met der individuen critische eigenwilligheid, de droom, waarin de ,,gevoelsmensch" gereedelijk gelooft, en waarin ook de wijsgeer voor een wijl het immers in menschelijken zin zoo ,,troostelooze" van zijn wijsheid ontvliedt.

Men behoeft zich derhalve, dunkt ons, niet het hoofd te breken, met de vraag of Plato ooit in ernst geloofde in de verwerkelijkings-mogelijkheid van zijn Staat. De argumenten tegen zijn eigen project liggen immers, we stipten het reeds vroeger aan, in zijn eigen werk voor het grijpen.

Zoo ziet Plato volkomen duidelijk het lot dat den brave wacht, die niet braaf schijnen, maar werkelijk wezen wil — en toch droomt hij van een Staat, waarin de brave (dat is de wijze, wijsheid en goedheid zijn in zijn gedachtegang één

188

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.