delijk zich afspiegelen. Na de individualistische periode, waarin het individualistische Christendom ontstond, volgen de collectief-voelende Middeleeuwen, daarna de individualistische Renaissance-Reformatie, daarna de collectief-voelende zeventiende eeuw en daarna de individualistische periode, waarvan de Fransche Revolutie, met de Reformatie te vergelijken, het einde is, die de filosofie van Kant tot dubbelgangster heeft. Daarna dan nog eens een opbloei van collectiviteits-instinct gedurende de zoogenaamde Restauratie en daarna... zijn de uitnemende onder de menschen zoodanig van aard veranderd door hun definitieve bewustwording (in het moderne denken), dat de Eenheid zich niet langer onder deze categorie in hen voor zichzelf ,,verbergen" kan. Doch dit vermag natuurlijk het eeuwige, noodwendige proces niet te verstoren; slechts naar den vorm, naar het tempo wijzigt het zich. Als een boom niet meer in de lengte groeit, groeit hij in de breedte, maar volgens dezelfde wetten. Aan de Pool gaat de zon een half jaar niet onder en een half jaar niet op — op de lange periode van volslagen licht volgt de lange periode van volslagen duisternis. Aan den evenaar is het telkens een half etmaal licht en een half etmaal donker, één etmaal omvat de periode van licht en donker, toch in dezelfde verhouding hetzelfde rhythme als aan de Pool en het jaar rond evenveel licht en donker opleverend, hier als daar. En op elke plek tusschen Pool en evenaar een andere indeeling, maar dezelfde verhouding en dezelfde som van licht tegen donker, het jaar rond! Zoo kan in alle dingende Eenheid haar innerlijk rhythme op verschillende wijzen openbaren. En daarom zullen we, na de lange perioden waarin ,,licht" en ,,donker" - zelf-aanschouwing en zelfvergetelheid — beurtelings overheerschen, in de daarna volgende gansch andere en veel gecompliceerder verschijningsvormen van onze eigen eeuw toch altoos weer hetzelfde rhythme terugvinden, volgens hetwelk ons de overdenking heeft geleerd de Eenheid te voelen en te verstaan.
Het is onze bedoeling in de volgende hoofdstukken datgene, wat de rede aldus in zichzelf ontvouwt en wat we hier voor-loopig, zeer kort, zeer onvolledig en zeer gebrekkig hebben aangestipt, aan de hand der historische gebeurtenissen uitvoerig en in bijzonderheden te demonstreeren.
98