Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



ze zich van de sterke zoetheid van dit wachten en verlangen op zich zelve rekenschap —, toen nam ze uit de handen van den bode zonder groet of dank een klein, licht pakje aan en bekeek het gretig en werd vaal en wit van teleurstelling —, haar naam stond er op, maar in grove letters, verkeerd gespeld, dus niet door hem. Ze schrok van haar wanhoopsgevoel en zooals de wereld rond haar vaalde en verkromp, toen rukte ze, door een flauwe hoop gebonden, touwtje en papieren stuk, tastte een koel-vochtig rieten korfje, sloeg het open en zag drie trillende zilverblanke orchideeën op koel mos, met een klein briefje ernaast. Ze gunde de orchideeën voorloopig niet meer dan een vluch-tigen blik ׳—, hét verlangen bleef onverflauwd, een gulzige, gretige begeerte naar de woorden van zijn gedachte en van zijn gevoel. Op het witte blad las ze niet meer dan deze vier regels:

Te, dea, te fugiunt venti, te nubila coeli, Adventumque tuum; tibi suaves daedala tellus Summittit flores; tibi rident aequora ponti, Placatumque nitet diffuso lumine coelum.

LUCRETIUS.

Ze bleef tegen den huismuur geleund als zacht verdoofd, de sierlijke val der voorname statige regels schreed als in haar hoofd, in haar hart, het was alsof haar bloed zich door haar lichaam bewoog op eenzelfden maatslag. Maar een klok sloeg uit de verte en herinnerde haar aan Egberts komst —, ze ging het huis weer in, zette vlug de bloemen in een vaasje op een hooge kast, stak na een korte aarzeling het briefje tusschen haar blouse en begaf zich haastig op weg. En terwijl ze liep betastten haar handen,het harde kaartpapier en ze begon al gauw te verlangen de geschreven woorden weer voor zich te zien, maar bedwong dat verlangen om het te laten aanzwellen tot het onhoudbaar, en het uithalen en overlezen van het briefje daardoor een zeldzame en bijzondere vreugde scheen, als las ze het voor het eerst.

Ze liep dan vlug verder en naderde de halteplaats. Zij zelf was warm van het snelle gaan en daardoor leek het haar, als was de lucht rondom zoo zoel, als was het ineens lente geworden —׳, alles lag ook zoo stil, slooten en weiden, waar de zon op scheen. In de verte flöot langgerekt de trein —, een droomerig, fijn geluid. Nu kwam Egbert —, ze zou hem vertellen van Paul en overlegde met zichzelve hoe. Vooral niet dadelijk en niet gewichtig en vooral niet toonen

101

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.