Dan ineens zei Kotting, terwijl hij zijn vismes opwreefin zijn servet:
'We hebben de vorige maand mevrouw Overhoff hier gehad,' en Marianne kreeg de stellige indruk dat die opmerking het resultaat was van een inwendige vergelijking, die niet gunstig voor haar was uitgevallen!
'Zo? En waarover heeft ze gesproken?'
'Ze heeft ons voorgelezen uit haar laatste boek Het Onvergankelijke. '
'Voorgelezen? Hoe curieus...' Ze hief haar ogen op en peinsde in de lamp. Wat een eigenaardig soort zelfvertrouwen behoorde daartoe, om van enige uren ver te komen reizen met een gedrukte roman, die elk voor een paar gulden kon kopen om zo te zeggen onder de arm en dan dood-leuk wat te gaan zitten voorlezen.
'Was dat voor "Docens Disco"?'
Kotting keek even verbaasd.
'Ja zeker, natuurlijk!'
'En... viel het in de smaak?'
'Zéér bijzonder...' knikte de theoloog. 'Ze leek ons een heel bijzondere vrouw, nietwaar Kotting, met een heel mooie stem...'
'Buitengewoon elegant...' vulde Kotting aan, parmantig, als een volleerde vrouwenkenner. 'Kijk... deze kaart met haar portret... die heeft ze ons allemaal toegezonden... in een gesloten envelop natuurlijk... als een souvenir...'
Hij reikte Marianne een briefkaart, die in zijn binnenzak al naar sigaretten was gaan ruiken en ze zag een wel mooi, maar al wat verlept, hautain-kwijnend gezicht, een ranke, ver-blote hals, een mondain toilet, een mat glimlachje: de 'lady-artieste' van top tot teen!
'Droeg ze die japon op de avond dat ze hier sprak?'
'Ja zeker!' zei Kotting gretig... 'en weetje nog wel, Mijs, hoe we gelopen hebben om lampekapjes van precies datzelfde blauw?... Het was een blauwe japon, die bijzondere kleur, die dames geloof ik "pauwblauw" noemen.'
'Meer groen, zou ik haast zeggen...'
124