VIII.
DE dokter ging trouwen! Niemand, die in den aanvang het praatje had willen gelooven. 't Was waar, hij reed vaker dan zijn gewoonte was den laatsten tijd naar de stad en ook wist elkeen allang, uren in den omtrek, dat daar in het hospitaal een nieuw verpleegstertje was aangekomen, maar die vuurproef had de brave dokter immers al zoo dikwijls doorstaan en tegen 't ״blauwe gevaar", was hij naar eigen verklaring van zijn geboorte af immuun. En nu toch, nu toch had een jong ding met stille, zachte maniertjes den veel ouderen man op slag veroverd, verliefd en gelukkig gemaakt. Gauw genoeg was 't nieuws bekend geraakt en wie ze nu samen in zijn wagentje zag rijden, die moest het wel gelooven aan de glanzende uitdrukking op beider gelaat. De plagerijen, die hem niet gespaard bleven, slikte de bekeerde vrouwenhater met gelatenheid, gulweg beamend dat ze hem toekwamen. Hij had wel graag gewild, dat zijn meisje dadelijk ontslag, althans eenig verlof had gevraagd en bij hem in de buurt was komen logeeren, de Van Till's waren als 't ware de aangewezen menschen geweest om haar te vragen, maar 't boterde nog steeds niet tusschen hem en ״pruimpje" en bovendien was Lientje
76