Zoo versmolt de dag en de avond naderde. En nu kon hij weer niet ge-looven dat de boodschapper inderdaad komen ging en dat het langgewachte stond waar te worden, ׳— velen wachtten er nu met hem in de hall van 't hotel, — een zenuwachtige moeder, die stellig haar kinderen uit Holland terugkrijgen ging en nu niet op een boodschap wachten, maar volstrekt naar de haven wilde, met moeite weerhouden door haar schijnbaar kalmen, maar van zielsverwachting trillenden man. Dan een vroolijk jong echtpaar, die hun moeder en een jonger zusje te logeeren kregen, ook wel wat jachtig maar opgewekt, vrienden om vrienden in te halen, rustig bij thee of whiskeysoda het komen van den looper verbeidend.
Nu eindelijk drong wat koelte door in de open hall, bloemengeur en een frisch windje van den havenkant, als een blij verlucht zuchten van de zee, dat 't ergste zonnesteken over was voor heden, ׳— de lange dag bijna voorbij.
En 't algemeen wachten nu op den looper.
De spanning begon te trillen, — de wachtende moeder wrong de handen, bij vlagen uitbarstend in een droog snikken, dat ze dan snel weer verbeet. Maar niemand lette er op, allen te zeer met hun eigen gedachten bezig, — de groep
.119