— valt voortdurend uit elkaar als een bos asperges zonder zoo'n strootje van dat goed ... hoe heet het.., raffia er om heen ... en de gemeenschap met de anderen werkt nu juist als dat fameuse strootje, dat houdt zijn zaakjes bij elkaar, begrijp je. Een mensch is den eenen dag verliefd en den volgenden dag zou hij zijn gevoel misschien totaal niet meer terugvinden als hij er naar zoeken ging... maar de overige lui behandelen hem alle dagen 't zelfde, en dan zoekt hij niet eens, wel, dan denkt hij er niet eens over; dan tobt hij niet en die realiteit, waar jij over spreekt en die hij misschien niet op alle momenten voelt, die suggereeren ze hem dan van buiten af. Stel je voor, verloofde lui, of sterker nog, getrouwde lui, alle dagen tastend, zooals je 't uitdrukt, naar hun gevoel! Dat is juist 't goede van 't huwelijk, dat de menschen dan niet meer
alleen op hun eigen natuur aangewezen »t
zijn . ..
״En vrije liefde dan?"
״Maar vrije liefde... dat is toch al lang een maatschappelijke instelling . . . een ״conventioneel-onconventioneele" instelling. Overigens trouwen er naderhand genoeg om allerlei redenen, die ze zeggen en om de eene reden, die ze niet zeggen of misschien niet weten, dat ze trouwen eigenlijk veel ״echter" vinden."
.112