loos gaan, maar het schijnt dat het zoontje van de bovenmeester het heeft uitgebracht en iedereen weet het nu... maar het is toch ook niet alleen de trots, want nog twee anderen gaan kosteloos die wel meespelen mogen, maar een Jood en dan ook nög niet betalen, dan schijnt ze te erg... Maar stel je voor... dat haar broertje zich als de Margarine-jongen zou laten behandelen!
Wel warempel, nu liep ze Moeder haast voorbij. Heeft Moeder ze, is Moeder goed en niet te duur geslaagd? Mag ze ze nu dadelijk zien? Neen, nu dadelijk niet, straks thuis... en het eerste wat ze thuis zullen doen, is de lamp aansteken, nog eer ze het pakje openmaken, want Móeder is er toch zo hevig benieuwd naar, of juffrouw Nolle haar werkelijk niet heeft gefopt, of inderdaad de handschoenen bij avond van wit niet te onderscheiden zullen zijn. Van wit niet te onderscheiden... en hoe zijn ze dan nu? Nu zijn ze... ja... een beetje hemelsblauwachtig zijn ze nu. Maar zo fijn, bijna als zij wel zo fijn, en zo goedkoop. Denk eens aan: als juffrouw Nolle Moeder niet heeft gefopt, dan hebben ze danslesliandschoenen voor tweeëntwintig en een halve cent!
En het is zo! De donkere gordijnen schoven zich uit tot een wand tussen het lamplicht en de zilvergloor van de sneeuw... het blauw is weg. Ze zag het even, ze rolde stilletjes het pakje open, terwijl Moeder lucifers zocht en ze stond stijf van schrik... Toen plotseling... voer het blauw... ja, waar voer het heen? De ruimte in ging het, tot damp vervlood het en liet witte hand
124