Iedereen is uit over de ring... Jaap Halberstadt ook, maar toch zou hij hem voor de zijne niet willen ruilen en nog niet met een tientje toe! Voor zijn trouwring niet? Dat spreekt toch vanzelf. Hij bedoelt ook zijn trouwring niet, hij bedoelt deze hier, aan zijn middelste vinger. En nu is zijn hand midden boven de tafel, de vingers half naar binnen gebogen, het vel strak gespannen, het glimt en de rimpels zie je niet meer.
Wat... voor die lelijke, oude ijzeren ring zou hij tante Essie's mooie niet willen ruilen? En nog niet met een tientje toe! Hij lacht zijn ogen klein en zijn lippen weg, en kijkt ze allemaal een voor een aan. Er hangt een vertelsel samen met die ring! Nu eindelijk geeft hij antwoord: tante Essie's mooie ring kan hem niet vrijwaren tegen reumatiek en dat kan deze wel.
Wat malligheid... een gewone ijzeren ring... Maar het is ook geen gewone ring, het is een heel bijzondere ring, door de smid gesmeed uit de schroef van een doodkist, die meer dan honderd jaar in de aarde heeft gezeten! En die ring heeft zijn moeder gekregen van de vrouw van Klaas Baas, de wagenmaker, die hem weer van haar moeder had, en zelf nóóit leed aan reumatiek, en hij heeft hem nu weer van zijn eigen moeder...
Zijn hand, met de vingers gebogen, en het vel zo strak dat het glimt, is nog altijd midden boven de tafel, en allemaal kijken ze nu naar de ijzeren ring. De ring is tussen al hun kijkende gezichten... En die ring... zat
109