rest... nóu, de rest begrijp jullie... 't jongetje hebben ze doodgeslagen... en 't kleine kind... 't kleine kind hebben ze uit de wieg gerukt... en een grote kerel... 'k zie 'm nóg... met 'n rooie muts... trok 't zo... bij de beentjes van elkaar... nee... stil... 't was niet de eerste maal, dat 'k 't zag... lang geleden nóg eens...
Mijn dochtertje, mijn eigen, is vertrapt, gewoon vertrapt onder de voeten... Toen ze de meid hadden... zijn ze gegaan... sleurden haar mee... ze gilde... ze gilde zó...
Verder weet 'k niet. 'k Heb daar gezeten, bloedend mijn kop als 'n os... met m'n twee zoontjes en de onderwijzer, die te krimpen lag over de grond... bij mijn dode vrouw en de dode kinderen... mijn dochtertje en de twee anderen... Meer weet 'k er niet van...
't Was bloed... en bloed... en allemaal bloed... 'k Ben er bij weggegaan... De onderwijzer is gestorven... wie hielp 'm? Wij hébben 'm verbonden en water gegeven. .. Toch is hij gestorven... De jongens zijn verderop... bij familie in Duitsland... Polen heet 't daar...
Wie weet, wie weet, wat ze hun daar doen...?
Ik kon ze niet meenemen... en mijn familie kon mij niet houden... Wat was me te doen?
Zó en niet anders... Ik heb van Holland gehoord... we horen allemaal van Holland... in Rusland al... En nu ben ik hier... nu ben ik hier...'
Nerveus-glimlachend keek hij op. Tranen stroomden, stil, zonder snikken uit z'n ogen en gruwelijk daarbij spookte de zenuwglimlach over z'n gezicht... In de stilte van de intieme kamer gingen alle gevoelens naar de oude Jood heen, schreiden ze mee met hem, de kleineren niet begrijpend, aanvoelend de sfeer... Saartje, aanhalig, was stilletjes bij hem komen staan, streelde z'n hand, in troost-behoefte en de moeder snikte, met kleine hikjes, de ogen bewrijvend met haar zakdoek. Maar woede vlamde in Brams ogen en de handen saamknijpend, riep hij: '... Zulke beesten... zulke beesten... kinderen vermoorden... als ik er maar bij geweest was... ik zou ze... ik had ze...'
Z'n onbeholpen verontwaardigings-gestotter gaf de ontspanning. Pijnlijk, mat-glimlachend keek z'n vader
150