verhuurd? Zou zonder hèm de Jodenboel ooit in 't dorp zijn gekomen? Hij moest blij zijn, dat ze hèm met vrede lieten, hem begunstigden. Wat had hij, Mof, die Jodenpan erin te halen?
En Güntzel, hoewel vredig, niets tegen 't gezin hebbend, zich zelfs, ook vreemdeling, tot hen aangetrokken voelend, werd onder 't gevit en de aanmerkingen weieens benauwd voor z'n zaakje. Had-ie 't ook maar nooit gedaan! Maar 't huisje stond al zo lang leeg en 't waren toch ook fatsoenlijke mensen. Toch gaven ze, al was 't buiten hun schuld, heel wat herrie op 't dorp.
De vrouw vertoonde zich nooit, de man heel zelden meer buiten de deur. Joop, die de inkopen deed, in de stad, een half uur sporen ver, lieten ze meestal rustig, omdat ze in hem de Jood zo niet zagen en omdat hij, stil en witjes, héél vroeg al op het pad was, een uur aan de loop vóór 't station bereikt.
Doch Bram, sterke jongen, die de boerenjongens aanvloog als ze maar naar 'm wezen, en de boeren brutaliseerde, was de ergernis.
Zo'n Jood en dan nog praats voor drie! En Saartje, vinnig ding, dat terugsloeg, wie haar aanraakte, mochten ze óók niet...
Schuw-zwijgend, na vaders uitvallen en daarna in stilte terugzinken, kauwden de kinderen hun brood. Bram mokte, hij zou zich maar stil houden, al was 't, om je geduld te verliezen en eris flink op te spelen tegen vader, die maar makkelijk praten had en die niet, met een paar stevige armen aan 't lijf, gesard werd door die lamme boeren hier. En dan niet eens wat te mogen terugdoen! Joop... nou diè was óók van water-en-melk. Als je 't verdragen kon, was 't makkelijk genoeg. Leuk vond-ie dat kleine ding van een Saar, sloeg er maar op in. Lé was een ziekelijke stumper en Michieltje nog veel te klein. Mi-chieltje aan 't vechten, ja, dat zou 'n gezicht zijn. Bij 't grappige van de voorstelling legde z'n jongensdrift zich en tegen moeder, die 'm voetseinen trachtte te geven onder de tafel van stilhouden-voor-vader, wenklachte hij dat de bui al over was.
Boterham op, begon moeder, handig door jarenlang doen, de drie jongsten: Michieltje van drie, kittig rak
139