Verdediging van het Westen

Titel
Verdediging van het Westen

Jaar
1947

Pagina's
298



MEN NO TER BRAAK EN DE MENSELIJKE WAARDIGHEID

Wie de uitdrukking „menselijke waardigheid” gebruikt, als hij over Ter Braak spreekt, loopt gevaar misverstanden te verwekken, ook al is het onbetwistbaar dat het leven van Ter Braak een onafgebroken strijd voor die waardigheid geweest is. Maar in de loop der tijden heeft die uitdrukking een zekere plechtstatigheid gekregen, een associatie met de marmeren en vaker nog gipsen verhevenheid van allerlei verstarde symboliek, een zodanige associatie met alles wat door uiterlijke praal en strakke lachloze ernst wil pogen te imponeren, dat men zou schromen het begrip en Ter Braak met elkaar in verband te brengen, indien men niet wist dat hij zelf, alle misverstanden trotserend, en ze opzettelijk uitlokkend ook, door die combinatie van strijdbaarheid en speelsheid die zijn grootste charme was, een zo grote waarde had gehecht aan dat begrip dat hij had vernieuwd en levend en lenig gemaakt.

Maar men moet, over Ter Braak sprekend, bijna ieder woord dat men gebruikt opnieuw verklaren en omschrijven, want hij had zich nu eenmaal tot taak gesteld, of juister nog, het was een natuurlijke uiting van zijn aard en structuur, dat hij geen enkel begrip, zoals het door het gebruik vervormd en verknoeid en vervuild was, kon ontmoeten zonder het aan een grondige schoonmaak te onderwerpen, en zonder daardoor aan het licht te brengen, hoeveel leegheid en hoeveel leugen de conventionele begrippen en de handelingen die er mee in verband stonden, bevatten. Zo heeft hij het woord „zindelijkheid” in morele en intellectuele zin zó gehanteerd, dat het tot een ontheatrale, maar daardoor des te doordringender vorm van oprechtheid en waarheid werd. Wat hem met Nietzsche verbond was zeker in de eerste plaats hun gemeenschappelijke afkeer van de „toneelspeler”, van de poseur, van de aanstellerij op alle gebieden. Menno Ter Braak had de behoefte en, wat veel belangrijken is, de natuurlijke gave, om naar de dingen te kijken en ze te zien, niet zoals conventie en traditie wilden dat men ze behoorde te zien, maar zoals ze inderdaad waren, aangenomen dat men zich niet bang liet maken, zich niet liet bedriegen, en zich niet in dienst gesteld had van belangen die zich verzetten tegen het zien en het uitspreken van dat wat Is.

In die zin nu, was Ter Braak voor alles een realist. Ik weet wel dat de mensen die zichzelf als de realisten bij uitnemendheid beschouwen, als de mensen van de practijk, die, hoe heet het ook weer, „met beide benen op de bodem der werkelijkheid staan”, dat zij Ter

284

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.