en zich moet versterken om de hele beweging weer gezond te maken. Is dat alles het geval, dan is alles betrekkelijk eenvoudig. En wie zo de toestand ziet moet natuurlijk in de massa-beweging blijven en pogen haar te hervormen.
Maar hij ziet dan alles verkeerd. Hij heeft geen flauw idee van de ernst van het ziektegeval. Hij ziet niet dat geen nieuwe élite aanwezig Is. Alleen geestelijke klaplopers kunnen genoegen nemen met wat thans wordt aangeboden. Wie echter meent dat men in de bestaande socialistische partijen zou kunnen praten als een vrij, fier en beschaafd mens, die weigert de góden van het geestelijk gepeupel te huldigen, die probere het. Hij zal spoedig merken dat het beste van het oude socialisme, het durven ingaan tegen de heersende machten en vooroordelen, verdwenen is. Geoorloofd is alleen het „nieuwe” dat bestaat in het bewijzen der eerbiedwaardigheid van het oude vuil. Men heeft gelijk als men zegt: de massa wil het. Inderdaad, de massa, geslagen, gebeukt, bang geworden, heeft maar één verlangen; uit de gevaren-zone te komen. Maar zoals bij iedere paniek, vergroot ze het gevaar door haar angst, haar gedrang, haar kudde-instincten. En bovendien als men zich bij de massa aangepast had, was er nooit een socialistische beweging ontstaan. De socialistische élite van voorheen heeft een vijandige, tegenstribbelende massa moeten leren zich niet langer als vee, als slaven, maar als mensen te gedragen. Het zich willen aanpassen aan de massa is het beste bewijs voor het verloren gaan van het oude socialistische heersers- en vcroveraars-instinct.
Wil dat nu zeggen dat al het vroegere werk te vergeefs is geweest? Er is geen sprake van! Men zal merken hoeveel invloed dat gehad heeft, (hoeveel ervan is blijven hangen en voortbestaan, en enkel maar niet tot uitdrukking en tot daden kon komen, omdat het een centrum, een socialistische élite mist), zodra die élite in een eerste bemerkbare vorm aanwezig is, en zodra een wending komt in de uiterlijke omstandigheden!
Die wending In de uiterlijke omstandigheden komt in en na de a.s. wereldoorlog, waarover we hier niet verder schrijven.
Of er dan ook een élite zal zijn is de vraag. We moeten er naar streven. En eerst als die élite een zekere kracht heeft, kan de vraag overwogen worden of ze sterk en vast genoeg is en of de omstandigheden van die aard zijn, dat zij haar veroorloven of misschien zelfs verplichten, in de aanwezige massa-organisaties te gaan werken.
Voorlopig is echter de hoofdzaak; te komen tot de vorming van een élite. En daarvoor is een geestelijke vrijheid nodig die men in de bestaande partijen niet vindt. Wie dat werk het voornaamste
256