een ijsberg van een zoon, daar!’
Schuldbewust keek Japie Drukker op zijn handen. Keek zo nu en dan schichtig op. Zag Sal Pachter zitten met gesloten ogen. Zou het hem dan toch nog gelukt zijn over die grote zaak na te kunnen denken? Japie wilde het weten, zei: ‘Meneer Pachter, zou het lukken ?’
‘Wat moet er nou weer lukken? Lukt er niet genoeg in de wereld? Mag men niet eens origineel zijn en iets laten mislukken? Wat moet er nou opeens lukken, een beetje vlug.'
‘Nou, ik dacht dat u die grote zaak wilde klaren.’
‘Japie.. . Japie, ondanks het schattige gezichie van je moeder van vroeger, doe me iets barmhartigs.’
Japie Drukker stond op. Treurig, verslagen. Ln angstig om het niet meer zo schattige gezichie van moeder, straks thuis. Maar hij werd toch dapper. Pakte z’n jekker, z’n pet, stak z’n email kruikje in zijn zak, zette z’n pet op en direct weer at. ‘Ik gaan dan maar, meneer Pachter.’
‘Moet je niks meer vragen? Moet je niet vragen.. . m’n geld en m’n getuigschrift? Wat is een mens zonder geld.'" Wat zonder geld en getuigschrift?’ zei Sal Pachter vreemd vriendelijk, terwijl hij voortdurend zachtjes knikte en met zijn duimen draaide.
'Geld? Ik heb niks gewerkt, ik wil geen geld. l:n een getuigschrilt wil ik ook met. Een halve dag een baas en dan een getuigschrilt, dat is. .. een. .. een vonnis!’ Hij snikte opeens van alle ellende van de hele morgen.
Salomon Pachter sprong op. Stond opeens voor Japie Drukker, tikte hem tegen z’n kin, zodat hij moest opkijken. ‘Drukker, ik ontdek daar opeens iets. Je bent eerlijk. Ln je hebt hersens. Wat je zei van dat getuigschrilt, dat is Thora. Hang je kleren weer weg en ga zitten.’
Japie Drukker gehoorzaamde schoorvoetend. Ln met gebogen hoofd. Wachtte. Het bleel lang stil. Toen zei Sal Pachter: ‘Zeg iets.’ ‘ik weet allemg dat meneer David Krakauer nog niet weerom is. In die tijd kun je wel een hele kan koffie leegdrinken. Wat u?’
‘Japie, je hebt goud in je koppie, ik was hem helemaal vergeten.
120