die bank, je stapt binnen, je trekt je twee revolvers, je schiet van de heup, met allebei, je grijpt de kas en die breng je hier. En denk eraan dat je geen cent verliest onderweg.’
Terwijl Sal Pachter zo kort en zakelijk zijn jongste bediende instrueerde, Schreef hij een cheque uit. Met een weids gebaar gaf hij hem aan jajiie en vervolgde: 'Als dat niet lukt met die revolvers, toon je die cheque, zal je achterover slaan van wat die naani Pachter doet. En denk eraan, Japie, als je één cent verliest of verbrast, tien jaar op z'n minst. Verzachtende omstandigheden ken ik niet, omdat ik jou nog niet ken. En vlug. I ijd is geld, vooral in zaken, zegt men, maar ik heli nog nooit een tientje uit 111'n horloge kunnen peuteren. En ben je nou nog niet weg, luiwammes!’
Een vuistslag op tafel en Japie stond ontdaan op de mat voor de deur.
De dikke Iioöfdjuffrouw waggelde naar hem toe. ‘En. . . is ’t meegevallen?’ vroeg ze. Japie Drukker schudde treurig nee; hij kon wel huilen. Ze zag het, nam de cheque uit z’n handen.
‘kom maar mee. Ik zal je wel helpen. Dat zulke onmensen geboren worden, is een tempering van ons vreugdevolle bestaan hier op aarde. Heb je wel eens van Domela Nieuwenhuis gehoord, Japie.'’ Zij pakte hem onder de arm en schreed zwaar en een beetje waggelend met hem over het middenpad naar de deur. ‘Bruid en bruidegom, waar blijft de jajem ?’ riep een marskramer. De winkel daverde. Buiten legde ze Japie kalm uit waar en hoe hij geld moest halen en besloot: 'En, Japie, als. . . luister je goed, als er tijd is om tussen de middag brood te eten, kom dan bij me, zal ik je vertellen van Domela Nièuwenhuis. . . ik bezweer je, een profeet.’
Japie kwam terug met het geld. Het water stond in z'n handpalmen van angst dat onderweg iemand de city-bag zou weggrissen en voortdurend moest hij denken aan de verschrikkelijke prenten van liet 'Politie Nieuws’, dat iedere week achter de vensrers van de sigarenwinkels werd opgeplakt.
Hij drong zich door de volte van de winkel, het koffertje tegen de borst gedrukt. Maar niemand lette op hem, het bedrijf was in volle gang, de verkoopsters hadden al hun aandacht nodig bij het atreke-
113