De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



Zij werd ernstig en antwoordde: „Toen ik een klein meisje was... ach, wat doet het ertoe.”

Ze liep naar de toog en bracht hem de wijn. Toen ze inschonk, stond ze vlak naast hem.

„Anna,” zei Philippe de Haen en keek wat ondeugend naar haar op, „morgenmiddag kom ik je halen en we gaan samen naar de schouwburg. De Fransen spelen de Cid.”

„Mij halen? Mij? Ben je dwaas? Ik kan hier niet gemist worden en ik versta er geen woord van. En wat zou ik moeten aantrekken? Ik kan toch zeker niet gaan in dit ouderwetse zwart,” zei ze fel en spijtig. „Anna Swaerdemaeckers, ik wed dat je een prachtige zijden rok hebt, zo kleurig als Jerezwijn, en een nachtblauw fluwelen overkleed. Ook een drielagen Mechelse kanten kraag en een zwart kapje... weet je een met zo’n punt naar het voorhoofd. En dan niet te vergeten een kostbare zwartzijden huik, die je eens hebt gekocht bij de koopman Philippe de Haen. Je zult nog mooier zijn dan nu, waardin.”

„Oh!!” Anna sloeg haar handen voor de mond. „Oh!! Wat moeten de meiden wel van mij denken?”

„Niks joffer,” riep Jannegie Pietersdochter. „U moet gaon.”

Anna keek haar aan. En zag haar ogen schitteren en de welgemeende pret van dit volkskind, dat haar bazin een uitje gunde. Dirckje Swaen zei niets, tuurde naar de schaal die zij steeds heftiger wreef. Toen wendde Anna haar blikken naar de knappe Philippe, keek in zijn lachende lokkende ogen, naar z’n blanke tanden onder het zwarte kneveltje, naar z’n aristocratisch onhollands gezicht. En zij bezweek met de woorden:

„Ik doe geen oog dicht vannacht, treiter!”

Zij schonk nogmaals zijn glas vol. Hij dronk ad fundum. Toen stond hij op, stampte de stramheid uit zijn benen, deed z’n mantel om, lachte en wuifde naar de drie vrouwen en ging, het rapier weer parmantig opgewipt, met dreunende stap en rinkelende sporen. Achter hem werden de grendels voorgeschoven, Anna wilde die avond geen gast meer zien.

Stil, met rode wangen en brandende ogen verliet Anna Swaerdemaeckers die volgende avond de schouwburg. Philippe de Haen glimlachte en bekeek haar steeds van terzij. Naar dat mooie profiel, het licht bollende voorhoofd, het fijne neusje, de mond, het kinnetje. Naar dat kapje met een punt op het voorhoofd, als een mutsje van Mephisto.

98

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.