De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



in. Hij kijkt vlug om zich heen, drukt zich tegen een deur, die na een paar seconden snel geopend wordt om hem binnen te laten.

Half negen. Hij verlaat het huis in gezelschap van een klekie, magere, armoedig geklede man. Snel lopen zij door een smalle steeg naar de Nieuwezijds Voorburgwal. Een oude forse man is uit een keldergat opgedoken als een wezen uit de onderwereld. Hij volgt hen langs de huizen en draait ook de Voorburgwal op. Telkens verbergt hij zich achter de hoge stoepen of in de diepe keldergaten, en heeft moeite om hen bij te houden.

De vreemdeling en de kleine man haasten zich voort, kriskras door straatjes en stegen, kennelijk om eventuele achtervolgers af te schudden, totdat zij bij één der grootste en nieuwste huizen op de Heeren-gracht aankomen. Voorzichtig laat de kleinste de klopper op de deur vallen. Even is er een kort gesprek met de huisknecht, maar dan glippen zij vlug naar binnen.

Hun achtervolger staat nu aan de overkant van de gracht. En mompelt: „Zo, zo... bij Steven Lamshouck.”

En Reinier Vinck spoedt zich naar het huis van de Schout.

Voordat Philippe de Haen die avond de wacht ging betrekken bij zijn compagnie in de St. Anthoniespoort liep hij 'De Lenteblom’ binnen. Een opgewekte Anna stond achter het schrijfhoekje van de toog en schreef haar kasboek bij. Dirckje Swaen keek wat stuurs op, zij werkte aan het venstertafeitje van Ysbrandt de Graef en poetste zorgvuldig een grote zilveren vleesschotel. Jannegie Pietersdochter zat bij de keukentrap kant te klossen. Philippe de Haen bleef even verrast kijken naar dit nu ernstige kind, dat het hoofd gebogen had over haar werk. De grote kaars in het smeedijzeren staketsel naast haar bescheen haar blonde krullende haar en toverde een zachte zijïge glans op haar jonge huid. Zij scheen te voelen, dat men naar haar keek, sloeg de grijze ogen op en lachte wat verlegen tegen de knappe kapitein, boog het hoofd toen nog dieper en werkte verder.

De opkamer was niet verlicht. Er was niemand meer komen eten nadat de komedianten vertrokken waren, want de tijden werden zo slecht, dat 'De Lenteblom’ ’s avonds nauwelijks meer bezoekers kreeg.

Philippe de Haen stond wijdbeens, puntte langzaam zijn kneveltje, terwijl zijn linkerhand zijn rapier parmantig opwipte.

„Ben ik de enige klant, vrouwen van 'De Lenteblom’?” vroeg hij gemaakt vervaarlijk. „En waar is de ter dood veroordeelde? Is hij zo vet

96

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.