zou hij zo omhelzen, dat haar de adem zou vergaan. Hij had Jannegie ferm te pakken, wilde haar nu in de hals zoenen, maar een harde mannenhand duwde zijn hoofd met zo’n kracht achterover, dat hij Jannegie losliet.
„Zo is ’t genoeg geweest, mijnheer,” zei Reinier Vinck in het Frans, en probeerde de man weer op zijn plaats neer te drukken. Iemand van het gezelschap kwam te hulp, want de toneelspeler begon zich te verzetten. De oude maar sterke Reinier Vinck had hem stevig beet met zijn rechterhand onder de oksel, terwijl hij met zijn linkerhand de onderarm naar beneden drukte. De man zakte weer op zijn stoel, vloekte en keek boos voor zich uit, wilde plotseling weer opspringen. Maar Reinier Vinck kneep fel... en nog eens en nog eens... met vlugge harde vingers. Toen was de weerstand gebroken en de Fransman hing wat onderuit en nam een forse teug. Reinier Vinck ging terug naar zijn tafeltje, at langzaam en bleef waakzaam, maar er gebeurde niets meer, want de andere leden van het vrolijke gezelschap hielden hun makker in toom. Tegen drie uur verlieten zij rumoerig en opgewonden 'De Lenteblom’, nadat hun leider met rollende Franse volzinnen zijn compliment over de maaltijd had gemaakt. Anna Swaerdemaeckers verstond er geen woord van en keek maar lachend en tevree in de wat waterige ogen van de spreker. Ook Reinier Vinck verliet de herberg en zei bij het afscheid:
„Hoe moet dat gaan? Om vier uur begint de voorstelling, de zaal is uitverkocht aan de elite van de stad. De Schout mag wel een oog in ’t zeil houden.”
„’t Zal best meevallen, koopman,” antwoordde de waardin. „Ook de Hollandse komedianten zijn dikwijls niet nuchter en dan spelen ze ’t best, heb ik gehoord.”
Reinier Vinck knikte nadenkend, wat afwezig naar de waardin toescheen, en stapte naar buiten.
Acht uur. De schemer valt. De voorstelling in de Stadsschouwburg is geëindigd. Bezoekers op het pleintje voor de schouwburg en op de Keizersgracht. Dikwijls wijken zij uit voor de karossen van de rijke kooplieden, die zich naar huis laten rijden al wonen zij soms slechts enkele honderden meters van de schouwburg. In de stroom mee loopt een man, kennelijk een buitenlander met zijn uitheemse zwierige kleding. Bij één van de stegen wijkt hij uit, wandelt snel naar de Heerengracht, weer door een steeg naar het Singel, dan weer een steeg
95