De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



„Is de joffer op reis?” was Anna’s nieuwsgierige wedervraag.

„Ja... zij is vanmorgen met de huismeid naar Friesland vertrokken. Haar zuster is ernstig ziek geworden en tijdens haar afwezigheid zou ik hier het middagmaal willen gebruiken.”

Snel gaf Anna instructies aan Dirckje. Voor koopman Vinck werd een tafeltje gedekt bij het grote glas in lood venster van de opkamer, zodat hij ook tijdens zijn maaltijd het gezellige gedoe in de herberg kon gadeslaan.

In de opkamer zat het Franse toneelgezelschap rond de grote tafel, die voor belangrijke maaltijden was bestemd en in een ommezien door de waardin en Dirckje was gedekt. Er werd uitbundig gelachen, het radde Frans van klare vrouwenstemmen mengde zich met het sonore geluid van de mannen en het klonk feestelijk en vrolijk. De zwierige fleurige kleding van het gezelschap harmonieerde met de zware donkere eiken meubels, het blinkend witte tafellinnen, de zilveren kannen en het glaswerk. Forse schalen met vruchten daartussen, de twee grote koperen kronen en de wandluchters met alle kaarsen erin brandend, de eiken balken van de zoldering, het goudleren behang boven de hoge lambrizering, het enkele voortreflijk geschilderde zeegezicht aan de wand... het was alles van zulk een pracht en rijkdom, dat Reinier Vinck er steeds naar moest kijken en onwillekeurig zijn handen vouwde. Here, Here, wat was de Unie rijk geworden... en wat was het gevaarlijk. Engeland had reeds zijn grijpklauwen uitgestoken, Frankrijk, onbetrouwbaar en wispelturig als altijd in zijn lange geschiedenis, gereed om een verzwakte Unie de genadestoot te geven, de Duitse landen nog bloedend uit de wonden van de Dertigjarige oorlog... en onverschillig voor alles wat niet Duits dacht. De Denen als roofridders aan de Sont, slechts in toom gehouden door de naam van de Hollandse admiraals. Zweden... ach, vriendelijk zo lang zij ons nodig hebben... er tellen slechts twee dingen... vertrouwen op God de Heer en op de vloot. Vertrouwen op al die rauwe kerels van de Eilanden en de Haar-lemmerkant, op die van de Zeedijk en de Lastage, op die van Rotterdam en de haringsteden en de zeedorpen. Vertrouwen op al die blonde messetrekkers met hun lichtblauwe of staalgrijze ogen. Die banjerende zatlappen, die nergens thuis zijn omdat zij op zee naar land en de vrouwen verlangen en thuis, bij het ochtendgloren uitgewoed in bed naast dat slapende warme bloeiende wijf, zien ze voor hun ogen de zee, de lange deining, de razende wolken, het schuimende buiswater... en horen de krijs van een zeevogel en zien de palmen wuiven aan vreemde

93

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.