De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



„Ik weet slechts dat Philippe de Haen een paar ten geschenke kreeg van Dirckje Swaen, mijn eerste meid.”

„Vanavond probeerde Jannegie Pietersdochter over de muur te vluchten. Zij is gegrepen en in haar reisbundel vonden wij deze handschoenen.”

„Wat heb ik te maken met Jannegie Pietersdochter... en haar reisgoed?”

Zij wendde haar hoofd af en wilde hem niet meer aankijken. Hij woelde wat in zijn mantel, toonde op zijn vlakke hand een gouden ring met een forse diamant.

„Herkent u deze ring, waardin?”

Zij keek schichtig, sloot de ogen en rilde. Antwoordde niet.

„Van wie?” gromde hij dreigend.

„Van Pieter Ravesteyn. De ring van z’n vader, die hij van de Regenten van de Weeskamer kreeg, toen hij zestien jaar werd. Samen met z’n erfdeel.”

„Die ring zat in deze handschoen, waardin. Bijna was dat niet ontdekt, als een ijdele schrijver er z’n hand niet had ingestoken.”

De Schout hield haar de rechterhandschoen voor. Vervolgde:

„De rechterhand. Daarmee heeft hij Ysbrandt de Graef neergestoken.”

Zij tuurde naar de grond, het hoofd gebogen, fluisterde:

„Wat gaat het mij aan, mijnheer de Schout?”

„Dit zijn de stukken van overtuiging. De bekentenis van Jannegie Pietersdochter en zijn verhaal aan u, die zullen het wettig bewijs vormen. Goedschiks of kwaadschiks... en waarom dit verzet?”

En dan begint er iets te trillen in deze sterke Anna Swaerdemaeckers. Een rilling langs haar rug, een huivering, haar tanden klapperen. Tranen springen in haar ogen, vloeien langs haar wangen naar de bevende mond. En haar hoofd wentelt en wentelt tegen de muur. De stem van de Schout klinkt nu vriendelijk.

„Waarom huilt u om deze doodslager?... Anna Swaerdemaeckers?”

Zij antwoordt niet onmiddellijk. Haar kinnetje blijft trillen. De Schout wacht geduldig. Dan:

„Vanaf mijn vijfde jaar kenden wij elkander. Als kind... daarna als meisje... als jonge vrouw. We hebben gekibbeld... gevochten. En later elkander gehaat! We waren opgesloten in deze stad, zagen elkander soms dagen niet... weken... maanden. En toch wisten wij dat we er nog waren, dicht bij elkander in deze ommuurde huizenzee. Het kostkind Pieter... het kostkind Anna. Verlaten mensjes zonder

305

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.