De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



„Hé... wat is dat nou?” riepen een paar gasten en sprongen op. Zij grepen de onderschout beet en ontwrongen hem het wapen. Duwden hem weer op zijn stoel.

Anna wenkte gejaagd naar Dirckje en Marrigje, vluchtte ook zelf uit de opkamer. Het was zover. Tijd om te ruimen als zij verhinderen wilde dat haar kostbare goed aan scherven en diggels ging. Zij riep Wiebe ’t Hoen, dat hij rennen moest om een patrouille van de schutters.

Hij had geluk. Uit een steeg marcheerde een korporaalschap het Damrak op. In een ommezien waren zij binnen. Snel en vakkundig scheidden zij de vechtende mannen en hielpen hen het trapje van de opkamer af. Brachten hen in de frisse buitenlucht. Daar groepten zij eerst wat verwezen samen, toen poogden zij weg te scharrelen langs de huizen, soms stil staande om te braken en zich moeizaam het zweet van de verhitte kop te wissen. En dan hijgend en puffend verder te scharrelen naar de veilige woning.

„Wat met hèm,” vroeg de luitenant gedempt en duidde met z’n duim over de schouder naar Pieter Ravesteyn, die snurkte op zijn stoel.

Anna haalde de schouders op, wees toen naar de bankkist tegen de korte muur onder het raam naar de binnenplaats.

„Laat hem daar z’n roes maar uitslapen,” zei ze.

„Is het niet beter om hem naar huis te dragen?” opperde de luitenant. „Nee. Dat geeft morgen de grootste narigheid. Een bezopen onderschout door de schutters naar huis gedragen! Amsterdam ligt dubbel van het lachen en Mijne Heren van de Gerechte ziedend... nee, luitenant, hier maar.”

Er kwamen vier man aan te pas om hem op de bank te leggen, want hij woog meer dan tweehonderd pond constateerden de schutters grinnekend.

In de herberg had Dirckje een paar kaarsen ontstoken. Anna schonk de schutters een glas brandewijn.

„We hebben het goed vanavond, Anna Swaerdemaeckers. Overal ruimen en een borrel op de koop toe. Over een paar uur moeten we onszelf ruimen.”

Zij draaiden behaaglijk aan hun snorren, knipoogden naar de waardin en verlieten de herberg. Bij de deur hield Anna de luitenant staande.

„Dit is het korporaalschap van Philippe de Haen. Waarom is hij er niet?”

295

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.