De onderschout wuifde driftig naar Anna, riep:
„D’r uit jullie. Geen vreten meer... d’r uit... ik roep je wel.”
Anna wenkte naar Dirckje en Marrigje, die bij de deur beduusd en angstig de orgie bekeken. Opgelucht renden zij het trapje naar de herberg af. Anna volgde naar de deur, Willem van Maanen, de brouwer, wilde haar met open armen de weg versperren. Zij ontweek behendig en hij viel. Het daverde weer van de lach...
In de donkere herberg wachtten Anna en haar meiden. Zij keken stil naar het verlichte venster van de opkamer. Zagen hoe zij Willem van Maanen op zijn stoel hesen en z’n kop begoten met stralen rode en witte wijn. Het lawaai en gelal was onbeschrijfelijk.
De klok in de herberg ratelde. Tien uur. Anna schrok. Dirckje stond als versteend voor de bank.
„Tien uur, waardin... al tien uur!! En Philippe zou om negen uur komen.”
„Wie is Filup,” vroeg Marrigje.
„Ga naar de keuken... jij. En wacht daar,” gebood Anna.
Toen Marrigje snel en wat ontdaan door de plotseling barse toon naar beneden was gegaan, snelde Anna de wenteltrap op. Naar Geesje. Zij kwam spoedig weer terug, fluisterde Dirckje toe:
„Ze is op van zenuwen. Ze huilt en wil eruit. Wat nu, Dirckje?”
Angstig staarde Dirckje naar de gaanderij, zag Geesje’s hoofd over de leuning. Zij wuifde haar heftig toe naar haar kamer terug te gaan. „Zou... zou er iets gebeurd zijn, waardin? Philippe de Haen is een man van z’n woord,” fluisterde zij gejaagd.
„Wat zou er gebeurd kunnen zijn? Het is nu druk in Amsterdam, overal dronken volk... overal zal moeten worden geruimd. De vloot komt uit. Maar hij zal wel zo binnen stappen,” fluisterde Anna terug.
De deur van de opkamer werd opengestoten. Pieter Ravesteyn steunde met beide handen tegen de deurposten, tuurde in de bijna donkere herberg. Braakte opeens heftig op de trap. Toen bulderde hij: „Waar zijn jullie... luie katten... rotwijven!... doorgaan, vreten willen we.”
Kalm sloeg Anna vuur in een kaars. Antwoordde:
„We komen.”
Pieter Ravesteyn waggelde terug. Anna riep naar de keuken om Wiebe ’t Hoen. Hij kwam met een houten emmer en dweilen en verschoonde de trap. Toen beval Anna dat de volgende schotel moest
293