De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



„Dondert niet... ze komen ons wel na, in het graf. Alleen in bed is niks. Op de onkuise Anna’s. Leve de onkuisen!”

Langzaam reeds, maar toch tot op de bodem ledigden zij hun glazen. En wierpen kushandjes naar de meiden en met veel buigingen naar Anna. Schotels schapevlees met rozijnen, kalfsborst met gestoofde uien en nieren, en een heel speenvarken werden opgedragen. Er werd gejuicht, als een stam wilden vielen zij op de schalen aan. Anna schonk Bourgogne. Er werd niet meer gesproken. Uitbundig werd er gesmakt, geboerd en gezucht. Driemaal schonk Anna de roemers vol.

Jasper van der Eyck leunde achterover, knoopte zijn wambuis los, deed zijn sjerp af. Sommigen volgden zijn voorbeeld, verzaligd en lodderig kijkend. Pieter Ravesteyn was nagenoeg dronken. Hij hing op zijn stoel, de benen vooruit gestrekt. Loerde langzaam, met kleine oogjes naar zijn gasten, toen naar Anna, die wachtte bij de credens. Zij kwam naar hem toe, vroeg toonloos:

„Doorgaan?”

„Nee... ik barst bijna... het loopt m’n poeperd uit!”

Jacob Marrevelt, een meester-kuiper, begon te gieren van de lach. Hij sprong op, graaide onvast naar z’n glas, riep: „Mannenbroeders!... We drinken op de poeperd van de onderschout!”

Zij stonden weer eens op, de glazen in de hand. Ane Sytjesz, de lakenwever, begon rond de tafel te dansen. Ze volgden in de rij, het glas geheven en zingend:

„Leve de poeperd... leve de poeperd van Pieter Ravesteyn!”

De onderschout schudde van het lachen. Ook hij rees op, stelde zich op aan het hoofd met twee glazen in de handen en hoste mee rond de tafel. Zij bezongen en bezongen de poeperd van de onderschout, van de Schout, van de President-Schepen, de hoogedelachtbare en gestrenge poeperds van Burgemeesteren, de grootmachtige en hoogmogende poeperds van de Staten-Generaal, van alleman die in hun gedachten kwam en zij vergaten niet de aanspreektitel aan de poeperd te verbinden.

Puffend en hijgend stuntelden zij weer op hun stoelen. Weer naderde de onbewogen Anna Pieter Ravesteyn.

„Doorgaan ?”

„Nee,” brulde Johan van der Does, de scheepsbouwer, „nee... ik heb een verhaaltje, mannen... een mannenverhaaltje... weg de wijven!”

292

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.