De Soete Bazinne

Titel
De Soete Bazinne

Jaar
1960

Pagina's
314



zal worden. Ledigen wij dit glas op haar welzijn en dat van haar meiden!”

Zij verhieven zich, brulden:

„Gezondheid, waardin!” en dronken. Anna knikte vormelijk, haar gezicht stond strak. Dirckje glimlachte en Marrigje bloosde, en wist niet waar ze blijven moest. De mannen veegden behaaglijk met volle hand hun snorren af, sjorden wat aan hun broeken en sjerpen. Met een weids gebaar nodigde de onderschout hen uit de trap naar de opkamer te bestijgen. Dirckje en Marrigje snelden vooruit om boven ieder zijn plaats te wijzen. Als laatste zou Pieter Ravesteyn naar boven gaan, Anna stond reeds bij de trap naar de keuken om bevel te geven, dat de eerste schotel kon doorkomen. Snel keerde de onderschout zich naar haar toe en zei gedempt:

„Je ziet Anna, tot middernacht geniet je alle eer als vrije poorteres van Amsterdam... klokke twaalf ben je gevangene van Mijne Heren van de Gerechte. En laat nu maar de maaltijd uit de keuken komen in plaats van een gestolen snee brood. En die maaltijd is betaald... door Pietertje Ravesteyn.”

Hij bekeek haar minachtend en vol haat. Ze haalde de schouders op, plotseling moedeloos. Langzaam besteeg hij de trap, die kraakte onder zijn gewicht.

Twee keukenhulpen brachten de schotels tot de deur van de opkamer, waar Dirckje en Marrigje ze overnamen. De eerste gang, karper in wijn gestoofd, werd met gejuich begroet. Zij bedienden zich fors, smulden diep gebogen over hun tinnen borden. De onderschout wenkte, Anna nam de grote kristallen kan Rijnwijn van de credens en schonk de roemers vol. De mannen omvatten met volle hand de groene voet met de grote glazen knobbels. De houtkoper Jasper van der Eyck stond op, riep:

„In één teug, mannen, op de onvolprezen en kundige onderschout van Amsterdam.”

Ad fundum. Weer vol geschonken door de vaardige Anna.

De mannen graaiden wat na in de saus op hun borden, likten hun vingers af. De gesprekken werden luider en luider, opgewonden, en het lachen was niet van de lucht.

Snel wisselden Dirckje en Marrigje de borden en plaatsten twee schotels gebakken tarbot op tafel. De mannen grepen ongegeneerd de dikke moten. Met duim, wijs- en middelvinger rukten zij het vlees van de graat en propten hun monden vol. Anna schonk de fluiten

290

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.